Het IJsstadion Thialf krijgt financiële hulp van onder andere schaatsbond KNSB en sportkoepel NOC*NSF. Ondanks dat IJsbaan Haarlem ook een bijdrage kan gebruiken in coronatijd, reageert de ijsbaan sportief op het bericht dat dinsdagavond naar buiten kwam.

“Thialf is mijn oud-werkgever, ik heb er zes jaar gewerkt. Het is een mooi bedrijf”, vertelt Rob Kleefman, directeur van IJsbaan Haarlem. “Of wij het oneerlijk vinden? Voor de schaatssport en schaatsstimulering niet. Daarvoor vind ik de financiële hulp juist goed.” Kleefman werkt ruim tien jaar bij de ijsbaan in Haarlem. Door de coronacrisis is deze periode volgens hem het eerste seizoen dat de ijsbaan ‘in de rode cijfers komt’.

Beperkte steun

Al voordat het coronavirus uitbrak, kampte Thialf met financiële problemen. Vanaf september 2022 krijgt de ijsbaan jaarlijks 1,4 miljoen euro aan bijdragen. IJsbaan Haarlem krijgt daarentegen beperkte steun; zij komen alleen in aanmerking voor de TVS (Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties). “Wij komen voor een hele hoop subsidies niet in aanmerking omdat we 2020 positief hebben afgesloten. Het eerste kwartaal gaat normaal altijd goed bij ons, omdat het dan winter is. Daarnaast zijn januari, februari en de kerstvakantie periodes dat het goed gaat. Daar hebben wij in 2020 nog van kunnen profiteren”, aldus Kleefman.

Trots

“Als we zien dat de ijsbaan in Amsterdam zwaar gesubsidieerd wordt en die in Alkmaar door de gemeente wordt geholpen, dan voelt het wel dubbel”, vertelt Kleefman. “Toch zijn we aan de andere kant er trots op dat wij het zonder doen. Wij hoeven geen dankjewel te zeggen en ja te knikken. Dat vinden we zelf heel mooi.”