Voetbalclubs hebben tijdens de coronacrisis minder financiële problemen dan verwacht. Een van de belangrijkste redenen daartoe, is de grote steun van supporters. Want ondanks dat het grootschalig bezoeken van wedstrijden nog ver weg lijkt, zijn de seizoenkaarten, shirtjes en accessoires nu al niet aan te slepen. Maar veel langer moet het niet duren.

Maart 2020. In de Eredivisie is de strijd om het kampioenschap in volle gang. AZ is door een overwinning op Ajax op gelijke hoogte met de koplopers uit Amsterdam gekomen en ergens in de laatste zeven speelrondes moet de beslissing vallen. In het weekend van 7 en 8 maart juichen nog altijd duizenden toeschouwers voor hun favoriete club in grote voetbalstadions door heel Nederland. En dan gaat het snel. Langzaam krijgt de coronapandemie de overhand. Op 9 maart is de eerste grote persconferentie, vanaf 10 maart zijn alle evenementen in Noord-Brabant afgelast, 11 maart is de eerste dag met meer dan vijfhonderd besmettingen in Nederland en na 12 maart geldt nog maar één advies: thuisblijven.

De supporters missen het enorm, nog steeds.

Kwetsbare competitie

In vijf dagen is heel Nederland veranderd. Zeker de voetballerij. Geen wedstrijden, geen toeschouwers, geen voetbalshows op televisie. En geen inkomsten. Want voetbal is en blijft een kijksport, waar clubs een groot deel van hun financiering halen uit ticketverkoop en merchandise. ‘’Dat maakt de Nederlandse competitie ook kwetsbaarder’’, vertelt Pieter Zwart, hoofdredacteur van tijdschrift Voetbal International. ‘’Je bent namelijk veel meer afhankelijk van supporters die vanwege de coronacrisis soms zelf ook financieel getroffen zijn. Bovendien is Nederland een van de weinige landen waar de competitie niet is voortgezet na de eerste lockdown. De Bundesliga in Duitsland moest bijvoorbeeld wel door, want zonder TV-gelden zouden clubs gegarandeerd omvallen. Dat speelt in Nederland minder.’’

Tijn

Acute problemen afgewend

Het afgelopen jaar vielen de klappen dus niet in Nederland. Dat blijkt ook uit onderzoek van sporteconoom Willem de Boer (Hogeschool Arnhem en Nijmegen). Zijn ‘financiële ranglijst’ laat zien dat voorafgaand aan de coronacrisis (seizoen 2019/2020) vrijwel alle Eredivisieclubs erop vooruit gingen. ‘’De begrotingen van alle betaald voetbalclubs werden flink geraakt: de omzet van de Eredivisieclubs was 50 miljoen lager dan het jaar daarvoor. Uit de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) ontvingen de Eredivisieclubs in 2019/20 zo’n 25 miljoen euro, waardoor voor de meeste clubs acute financiële problemen waren afgewend.’’

Maar ondanks dat de meeste betaaldvoetbalclubs in Nederland de coronacrisis redelijk goed zijn doorgekomen, is het einde nog niet in zicht. Integendeel, waarschuwt Pieter Zwart. ‘’Er zijn nu natuurlijk nog geen voetbalclubs omgevallen. Maar de hele situatie moet niet nog langer aanhouden. Ik heb met Jan de Jong (directeur belangenvereniging Eredivisie CV, red.) gesproken en hij zegt dat de helft van de clubs met serieuze problemen te kampen krijgt als er nog een seizoen komt zonder supporters op de tribune.’’

Clubs verlangen weer naar de supporters, net zo erg als dat de supporters naar hen verlangen.