Door Pjotr van Koesveld en Alexander Brutsaert 

Het is maart 2020 als alle basisscholen in Zuid-Afrika hun deuren moeten sluiten. Het coronavirus zorgt ervoor dat kinderen niet meer naar school kunnen en plotseling over moeten tot online onderwijs. En dat terwijl een groot deel van de Zuid-Afrikaanse leerlingen thuis niet eens een laptop heeft.

De angst is groot dat het virus het toch al enorme gat tussen publieke en private scholen nog verder vergroot. Want al voor de pandemie zijn de verschillen in het Zuid-Afrikaanse onderwijs enorm. Waar de klassen op de publieke school vaak overvol zijn en de docenten niet altijd van het hoogste niveau, zijn de private scholen over het algemeen kleiner en de docenten van topniveau. 

Ook is er ongelijkheid tussen witte en zwarte kinderen in het land. Zwarte kinderen gaan voornamelijk naar de arme scholen in de townships, terwijl witte kinderen vaak naar de rijke private scholen gaan. 

Dit verschil heeft alles te maken met de apartheid. Een periode die inmiddels al dertig jaar geleden is, maar nog altijd voelbaar is in Zuid-Afrika.

Met de komst van het coronavirus was de angst dat het gat tussen publieke en private scholen alleen maar groter zou worden. Is deze angst terecht, anderhalf jaar na de komst van corona?


Corona kwam en veel scholen waren niet voorbereid wat hen te wachten stond. Niet alleen zijn er grote verschillen in digitale hulpmiddelen te zien, ook bestaande problemen zijn in sommige gevallen vergroot.

Basil Manuel is directeur bij National Professional Teachers’ Organisation of South Africa (NAPTOSA). Dat is een lerarenvakbond die in totaal zo’n 70.000 leden (in het onderwijs van zowel pre, basis, middelbaar) hebben. 50.000 hiervan worden betaald door de staat, 20.000 scholen zijn privaat. 

Corona-uitbraak
Corona had op sommige scholen een grotere invloed dan andere. Het online lesgeven in de lockdown is gemakkelijk voor iedereen die toegang heeft tot internet, maar dus niet voor iedereen. Bij basisscholen zit er een groot verschil tussen wel en geen digitale toegang. Ruim 80 procent van de leerlingen op private scholen kon doorgaan met lessen, ook via online tools. 

In het geval van de publieke school heeft tweederde van de scholieren op afstand les kunnen volgen. Eenderde had dus helemaal niet de mogelijkheid op een andere manier van onderwijs in de lockdown. “Dit probleem heeft eveneens te maken met het gebrek aan elektriciteit en bereik, in dit geval bij kinderen en ouders thuis”, zegt Manuel.

Ongelijkheid bij de opening van de scholen
Ook bij de opening van de scholen was er veel ongelijkheid. Volgens onderzoek van de Universiteit van Stellenbosch was het niet voor iedere leerling mogelijk om terug te keren naar de heropening in juli 2020. Alleen middelbare scholieren keerden terug naar tijdelijk fysiek onderwijs. 

Tekorten aan coronahulpmiddelen
Eenmaal teruggekeerd op school waren er grote verschillen in hoe scholen zich konden beschermen tegen het virus, zo blijkt uit het rapport van Amnesty International  (Failing to learn the lessons? The impact of COVID-19 on a broken and unequal education system).

In negen provincies heeft 90 procent van de leerlingen maskers en 95 procent van het personeel maskers op alle scholen in heel het land, blijkt uit cijfers van South African Human Rights Commission (SAHRC). Dat percentage lijkt hoog, maar er zijn momenteel toch nog 3320 scholen die deze middelen niet tot hun beschikking hebben. Daarnaast kunnen niet alle scholen genoeg afstand houden.

Andere problemen
Sommige publieke scholen hadden al voor de crisis weinig beschikbaar water. NAPTOSA doorzag dit probleem en was daarom allereerst tegen een schoolsluiting en lockdown, omdat zij vond dat alle scholen water moesten hebben. De lockdown kwam er, maar de watertekorten zijn nog niet opgelost. Manuel: “In heel Zuid-Afrika zijn er nog steeds zo’n 35 basisscholen die geen (goede) toegang tot water hebben.”

Verder is er ook nog een probleem met digitale infrastructuur op scholen. Uit een onderzoek van Amnesty International (Failing to learn the lessons? The impact of COVID-19 on a broken and unequal education system) blijkt dat de die middelen in sommige delen al heel slecht onderhouden waren. Daarnaast heeft 20% van alle basisscholen geen toegang tot elektriciteit, niet ideaal als er online les gegeven moet worden. “Daarbij meegerekend kosten data en het aanleggen van elektriciteit ontzettend veel geld”, vertelt Manuel.

Manuel benoemt een andere probleem: “Nog steeds moet een deel van de kinderen 5 of meer kilometer lopen om op school aan te komen, vanwege het ontbreken van goede infrastructuur en voertuigen. Deze problemen zijn tijdens de crisis niet aangepakt. NAPTOSA vindt dat de overheid op sommige momenten te weinig heeft geïnvesteerd in het aanpakken van die problemen.”

Voedseltekorten
Manuel: “In Zuid-Afrika zijn er, zowel op scholen als daarbuiten, geen grote problemen met etenstekorten, als je het vergelijkt met andere Afrikaanse landen.” Het onderzoek van Stellenbosch spreekt zijn bewering tegen. In hun onderzoek staan namelijk hele andere gegevens. 13 procent van alle kinderen op basisscholen heeft in de coronatijd erge honger en thuis niet voldoende te eten. Daarnaast krijgt 77 procent van de kinderen op publieke scholen schoolvoedsel en zijn daar dus deels afhankelijk van.

“Corona heeft anderzijds wel laten zien dat er op sommige scholen écht iets gedaan moet worden aan de steeds verder toenemende ongelijkheid.”- Basil Manuel

Schoolsport
Manuel: “Op het gebied van ongelijkheid is dat sporten voor sommige kinderen alleen mogelijk is op scholen, omdat zij niet genoeg geld hebben voor buitenschoolse sportactiviteiten zoals een sportclub. Door de lockdown hebben deze leerlingen niet kunnen sporten en nu de sportlessen op school gecanceld zijn vanwege oplopende besmettingen verliezen zij hun mogelijkheid tot lichamelijke oefeningen.”

Mensenrechten
Afsluitend in het rapport van Amnesty staat dat de overheid te weinig heeft gedaan voor het goed naleven van de mensenrechten in het basisonderwijs in Zuid-Afrika. Het ministerie van Onderwijs (Department of Basic Education) heeft volgens deze mensenrechtenorganisatie geen prioriteiten gesteld en niet vanuit een centraal punt gehandeld om te kijken naar verbeteringen en hulp in het onderwijs.

“The rich will move with the rich, the poor will stay with the poor.”- Jadi Mgandela (Saxonwold Primary School)

Manuel sluit zich hierbij aan: “Veel scholen wisten niet hoe erg het virus en de maatregelen konden zijn voor de gevolgen op scholen. “Corona heeft anderzijds wel laten zien dat er op sommige scholen écht iets gedaan moet worden aan de steeds verder toenemende ongelijkheid.”

De coronacrisis heeft grote gevolgen gehad voor leerlingen en ouders. Hoe hebben zij deze situatie meegemaakt?

“Het volgen van thuisonderwijs was echt moeilijk voor mij. Veel van wat de docent online vertelde, begreep ik niet.”- Slindile Nkosi (Bethal Independent Primary School)

Lees hier de verhalen van leerlingen en ouders in coronatijd. 

Onderzoeksters Vijay Reddy en Zaahedah Vally blikken terug op de ongelijkheid die groter is geworden in coronatijd en kijken vooruit. Hoe zullen de ongelijkheidsverschillen na corona zijn?

De toch al grote ongelijkheid lijkt door de coronacrisis alleen mar groter geworden. En de kans dat daar verandering in komt, is klein. Lerares Jadi Mgandela van de Saxonworld Primary School verwacht dat rijke ouders hun kinderen naar dure private scholen blijven sturen, terwijl de kinderen van arme ouders noodgedwongen naar scholen in de townships moeten. En zo blijft de ongelijkheid in stand. Of zoals Mgandale het zelf zegt: “The rich will move with the rich, the poor will stay with the poor.”