Vanaf 25 september hoeven we geen anderhalve meter afstand meer te houden. Dat hebben Mark Rutte en Hugo de Jonge vanavond bekend gemaakt. Eindelijk kunnen we elkaar weer een knuffel geven, maar wat betekent dat eigenlijk voor ons? Fysiek contact is erg belangrijk om in ons leven te hebben.

 

We hebben het knuffelhormoon nodig

Als we knuffelen komt het zogenaamde ‘knuffelhormoon’ vrij, ook wel bekend als oxytocine. Dit stofje zorgt ervoor dat je een bepaalde verbondenheid voelt en daarnaast word je er vaak ook gelukkig van. Ook werkt het knuffelhormoon stressverlagend, waardoor we rustiger worden. Dit zijn allemaal aspecten van knuffelen die we hebben moeten missen in tijden van de pandemie.

Neuropsycholoog Anouk Keizer geeft les aan de Universiteit van Utrecht en doet onderzoek naar fysieke aanrakingen. Zo ook knuffelen. Ze zegt tegen RTL Nieuws: “Een knuffel is vaak een eerste en onbewuste reactie, bijvoorbeeld van blijdschap of als er iets ergs is gebeurd. En dat hebben we al heel lang bewust niet mogen doen.”

Kunnen we nog knuffelen?

“Ik begreep laatst dat het woord ‘anderhalvemetersamenleving’ inmiddels een eigen pagina heeft op Wikipedia, en dat zegt eigenlijk in een notendop wel hoe dat begrip ons leven is gaan beheersen.” Zo begon de speech van Demissionair minister-president Mark Rutte. En dat klopt, we zijn zo gewend aan het feit dat we afstand moeten houden. Kunnen we dan ook weer wennen aan knuffelen?

Volgens Keizer kunnen we knuffelen niet verleren. “Ervaring leert dat knuffelen een natuurlijk patroon is, waar veel mensen zonder moeite weer in zullen terugvallen.” Maar niet iedereen vind fysiek contact fijn, zij blijven misschien bij de gewone boks. “Er zullen ook mensen zijn die het afgelopen jaar hebben gemerkt dat ze zulke aanrakingen niet missen. Dat kan, want er zijn nou eenmaal mensen die daar minder behoefte aan hebben.”