In 2020 bleek het sterftecijfer tijdens een hittegolf hoger te liggen dan in de rest van het jaar. Dit blijkt uit een onderzoek van het CBS. Volgens hoogleraar Sanda Lenzholzer moeten we de steden in Nederland beter inrichten.

Nederlandse steden worden steeds warmer.Volgens het RIVM lagen de temperaturen in de grote steden in sommige gevallen bijna 10 graden hoger dan op het omliggende platteland. Door de opwarming van de aarde zal deze temperatuur alleen nog maar stijgen. Dit komt vooral door grootschalige verstening en een gebrek aan groen in de stad. Sanda Lenzholzer, hoogleraar landschapsarchitectuur aan Wageningen University, doet al jaren onderzoek op het gebied van climate responsive design, een studie die zich richt op hoe we onze steden beter kunnen inrichten in een tijdperk van klimaatverstoring.

Gemiddelde temperatuur in Nederland (CLO):

1981-2010 1990 2000 2018 2019 2020
10,1 10,9 10,9 11,3 11,2 11,7

Dodelijk

“Hitte is wereldwijd het dodelijkste effect van klimaatverandering”, begint Lenzholzer. “Elk jaar overlijden er al een hoop mensen aan hitte.” Dit blijkt ook uit een onderzoek van het CBS in 2020. Tijdens de hittegolf tussen 10 en 16 augustus van dat jaar lag het sterftepercentage in de langdurige zorg 37 procent hoger dan gemiddeld in de weken daarvoor. De kans bestaat dat deze hoeveelheid alleen nog maar toe zal nemen door de temperatuurstijging die klimaatverandering met zich meebrengt. “De oude Romeinen zeiden het al: ‘tegen kou kun je je wapenen door je dik in te pakken. Maar tegen hitte kun je bijna niets doen’”, zegt Lenzholzer.

Lenzholzer houdt zich onder andere bezig met de oplossingen voor temperatuurstijging, en dan vooral in de grote steden. “Er moet meer groen aan de gevels en er moeten meer bomen geplant worden. Dat zorgt bijvoorbeeld voor schaduw”, zegt ze. “Ook moeten we de steden onttegelen.” In grote steden zorgt de wijdverspreide bestrating er namelijk voor dat warmte langer vastgehouden wordt, waardoor zogenaamde hitte-eilanden ontstaan.

Meer groen

Minder straten, meer groen: dat is dus de oplossing die Lenzholzer voorstelt. Nederlandse steden als Amsterdam en Tilburg volgden dit advies al op door initiatieven op te zetten waarbij het doel was mensen de tegels in hun tuin te laten vervangen door groen. Volgens Lenzholzer is dit echter niet genoeg: “Er wordt gezegd dat er veel groen wordt aangeplant, maar dit doen ze niet op een strategische manier. We denken dat groen overal goed is, maar dat is niet het geval.” Met een strategische manier doelt zij erop dat bij het planten van bomen rekening gehouden moet worden met het feit dat ze, afhankelijk van de windrichting, averechts kunnen werken: “Dan staan ze ventilatie in de weg.”

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat het opnieuw indelen van de Nederlandse binnenstad een kostbaar project wordt. Volgens Lenzholzer is dit het echter dubbel en dwars waard: “Je kunt ook niets investeren en het groen naar de knoppen laten gaan, maar het gaat om de maatschappelijke kosten-baten analyse. Want de levensjaren die je wint en de bomen die je plant wegen uiteraard op tegen de financiële kosten.”