Uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat lhbt-jongeren vaker worden gepest door medeleerlingen dan niet lhbt-jongeren. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat docenten bijdragen aan de pesterijen. “Vaak weten docenten maar een klein deel. Als het verhaal eromheen een keer goed gekaderd wordt, is dat pure winst,” zegt Gert Bekendam, coach voor leerlingen die uit de kast willen komen op middelbare scholen.

Door: Tycho van Dorsselaer & Rens Schuit

Het onderzoek dat uitkwam op 16 september 2021 laat zien dat 24 procent van de jongeren die gepest zijn vanwege hun geaardheid zijn gepest door docenten. Meer dan 43 procent van de jongeren die gepest werden door hun gender, zijn ook gepest door hun docent. Uit het onderzoek blijkt ook dat lhbt-jongeren vooral worden gepest op plekken in de school met weinig toezicht, zoals toiletten of kleedkamers.

*cisgender is niet transgender (dus geboren als jongen/meisje en je voelt je een jongen/meisje)
*seksuele minderheid is iedereen die niet heteroseksueel is
*gender minderheid is iedereen die geen cisgender is

Gert Bekendam werkt al sinds 2005 met leerlingen die uit de kast willen komen voor de klas. “Door een melding van een leerling met genderdysforie (iemand met een sterk gevoel voor onvrede met het geslacht waarmee ze geboren zijn) kwam de afdelingsleider naar me toe met de vraag of ik erbij kon komen zitten,” zegt Bekendam. Door contact te hebben gezocht met een organisatie, kon hij een draaiboek maken. “Toen hebben wij voor het eerst een coming-out gedaan met een kind voor de klas.”

Belangrijke aspecten

Bij een coming-out voor de klas zijn er een paar belangrijke aspecten. “Je moet de kinderen meenemen in een verhaal. Daarbij zijn drie belangrijke aspecten:
1: Genderdysforie is géén keuze. Je hebt het of je hebt het niet.
2: De kinderen moeten gaan zien als een klasgenoot zo’n traject ingaat, met wat voor een dilemma hun klasgenoot is opgezadeld. Het gaat niet allemaal vanzelf.
3: Ze moeten begrijpen waarom het op dat moment is. Kinderen zijn verschillend in hun outing. Sommige flappen het er meteen uit. Er zijn er ook die het behoorlijk lang voor zichzelf en de omgeving verborgen houden. Je weet nooit wat er in het hoofd van een kind omgaat,” aldus de coach. Ook waarschuwt hij dat je er geen meelijwekkend verhaal van moet maken, ‘want van medelijden komt vaak weinig goeds.’

Uitleg

Voor Bekendam is het makkelijker uit te leggen wat genderdysforie is in VWO 4 dan in VMBO 2. “Het kost meer moeite, maar het werk is net zo leuk. VMBO’ers zijn veel directer in hun uitlatingen. Niet zozeer als beledigend, maar ze hebben er geen andere vocabulaire voor. Dus dan roepen ze: ‘Ey, wanneer word je omgebouwd?’ Dan leg ik wel uit dat het geen opleiding voor loodgieters is en dat het gewoon ‘in transitie gaan’ heet.” De uit-de-kast-komcoach legt uit onder de indruk te zijn van hoe de meeste scholen steeds positiever zijn. Veel scholen hebben dan ook een GSA-afdeling in hun school.

Maar wat is GSA precies? Check de video voor de uitleg

Pesten

Het pesten zelf komt volgens de Gert Bekendam, omdat je LGBT-leerlingen makkelijker kunt raken. “Probeer altijd – als je je transitie al hebt gedaan – het te houden bij je nieuwe naam. Zodra de oude naam bekend is, zie je dat ze dat expres gaan gebruiken. De kinderen die het aangaat, horen best aan de toon dat het om te kwetsen is.” Aan de andere kant denkt hij dat het te repareren is. “Soms hebben ze een achtergrond waar dat soort taal en standpunten gemeend goed is. Ze hebben het niet eens door dat ze mensen kwetsen. Bovendien heb je nog de groep die het doet vanwege godsdienstige redenen. Die zeggen gewoon dat ze het niet kunnen aanvaarden,” vertelt Bekendam. Tevens denkt hij dat het goed zou zijn om docenten vaker voor te lichten over dit onderwerp.

Iemand die vanwege zijn geaardheid gepest is op school, is Jan (echte naam is bekend bij de redactie). Jan is homoseksueel en heeft daardoor vervelende ervaringen meegemaakt. Hij vertelt in dit interview over zijn ervaringen en hoe hij hoopt dat dit probleem ooit oplost zal worden.

Liefdeswetenschapper Tony Verheij – die tien jaar geleden is begonnen met zijn onderzoek naar verliefdheid – zegt het volgende over docenten die betrokken zijn bij pesten. “Elke docent heeft een ego. Als je niet sterk in je schoenen staat, wil je bevestiging van buitenaf. Het is belangrijk hoe je naar jezelf kijkt. Docenten voor de klas die hun zelfrespect op een lager niveau hebben, willen vriendjes maken met de mensen in de klas. Dus gaan ze meedoen met het pesten, of geven zelfs de aanzet.”

Verschil

Gert Bekendam helpt vooral transgenders. Hij ziet een verschil tussen het pesten tegen bijvoorbeeld homoseksuelen en transgenders. “Er is een groep kinderen die homoseksualiteit per definitie afkeurt en het als doel van treiterijen en vernederingen gaat gebruiken. Bij kinderen met genderdysforie zijn ze vaak een stuk terughoudender, maar dat komt ook omdat ze het niet begrijpen,” aldus Gert Bekendam.

Ingewikkelder

Volgens Bekendam wordt het vak wel steeds ingewikkelder. Dat komt door de opkomst van het non-binair. “Tegenwoordig komt het voor dat steeds meer kinderen zich non-binair noemen. Het wordt dan ook wel een stuk ingewikkelder voor de leerlingen, want die zijn dan aan het prutsen met die persoonlijke voornaamwoorden. Ze willen dan ook niet meer ‘hij’ of ‘zij’ genoemd worden.” Liefdeswetenschapper Tony Verheij ziet ook dat er veel geprutst wordt met de persoonlijke voornaamwoorden. “Jouw brein wil graag zekerheid, veiligheid en het liefst geen veranderingen. Dat betekent dat je moet leren omgaan met alles wat van je gebruikelijke routine afwijkt. Tegelijkertijd is het zo dat ons taalgebruik steeds meer moet wijken vanwege die minderheidsgroep,” zegt Verheij.

Platteland en stad

Verheij: “Als ik geaccepteerd wil worden, kan ik beter naar de stad gaan dan naar het platteland. De opvoeding op het platteland is over het algemeen een stukje traditioneler. Ze zijn daar een stuk hechter. Dus als je daar iemand hebt die buiten de boot valt, kan die persoon eigenlijk niet meer bij die hechte community. In de stad is dat veel gemakkelijker. Op het platteland ben je eigenlijk een buitenbeentje, maar in de stad ben je een groep buitenbeentjes, die doordat ze een groep vormen geen buitenbeentjes meer zijn.”

Heb je zelf problemen met je geaardheid of gender? Neem dan contact op met iemand die je daar in kan vertrouwen. Heb je niemand in je omgeving die kan helpen? Neem dan contact op met de kindertelefoon: 0800 0432.