Mensen laten hun auto niet links liggen ondanks dat de adviesprijs voor benzine nu twee euro is. Dat zegt Machiel Mulder, hoogleraar energie en economie. De prijs van benzine moet volgens hem nog veel hoger worden voordat mensen stoppen met autorijden. 

Volgens Mulder zijn er twee belangrijke factoren voor de stijgende benzineprijs: De dure olieprijs en de krapte in de capaciteit van de benzine-industrie. De olieprijs steeg nadat olie-exporterende landen de OPEC-deal sloten. “De landen zouden minder olie oppompen waardoor de prijs van rauwe olie gestaag steeg van veertig dollar naar tachtig dollar per vat”, zegt Paul van Selms, directeur van United Consumers, op NU.nl. Hoogleraar Mulder verwacht dat er meer capaciteit bijkomt voor het maken van benzine, waardoor de kosten in de benzinemarkt zullen afnemen en benzine weer goedkoper wordt. Dat denkt hij omdat er door de coronapandemie eerst minder vraag was naar benzine en nu weer meer.

Elite product
Voor mensen met een laag inkomen wordt de auto pakken steeds lastiger. Mulder vindt dat niet alle mensen auto hoeven rijden. “Mensen hebben verschillende inkomens, door het werk dat ze doet. De vraag is of autorijden een basisbehoefte is. Het blijft wel een beetje een luxeproduct.” Jongeren pakken in tegenstelling tot ouderen vaker de scooter volgens de hoogleraar en voor hen wordt de brandstofprijs ook duurder.

Klimaat en transport
De hoge energieprijzen zetten volgens de hoogleraar wel aan tot energiebesparing. Mensen kopen zuinigere auto’s en rijden een klein beetje minder auto en dat is weer goed voor het milieu. ‘’Een elektrische auto wordt niet per se aantrekkelijker door de hoge benzineprijs”, zegt Mulder. “De elektriciteitsprijs is driehonderd procent gestegen, terwijl de benzineprijs twintig procent hoger is. Dus eigenlijk valt het nog wel mee met de benzineprijs.”