TILBURG – Afgelopen woensdag bracht het CBS de Kunstenaarsmonitor van de jaren 2017 tot 2019 uit. Dit rapport bestaande uit acht verschillende onderdelen beschrijft de arbeids- en inkomenspositie van kunstenaars en andere werkenden in een creatief beroep. Uit deze Monitor blijkt dat kunstenaars een veel onzekerder bestaan leiden dan de gemiddelde Nederlander op de arbeidsmarkt. Caspar de Kiefte, woordvoerder van de Kunstenbond, vertelt hier meer over. 

“Veel kunstenaars zijn werkzaam als ZZP’er, omdat ze als werknemer netto aanzienlijk minder overhouden van het bedrag dat ze eigenlijk verdienen aan hun kunst. Voor een groot gedeelte bewegen deze zzp’ers heen en weer tussen verschillende opdrachten, waarbij iedereen bereid is opdrachten te doen voor iets minder geld dan ze eigenlijk zouden willen vragen. Dit omdat ze weten dat als zij het niet doen, anderen de opdracht wel aanpakken. Hierdoor blijven de uurprijzen gelijk, terwijl de kosten om deze mensen heen wel stijgen”, zegt De Kiefte. 

 

Door die grote hoeveelheid zzp’ers in het werkveld heerst er veel onzekerheid over de marktpositie en tarieven die men kan vragen. Talent is daarnaast een belangrijk aspect van het vak, hierdoor is er aan de vragende kant ook weinig zekerheid. Als je een schilderij koopt van een onbekende kunstenaar, weet je als koper niet of het van een talentvol iemand is en vraag je je af: ‘gaat dit werk de komende tijd meer waard worden of niet?’ 

Deze sector, die twee procent uitmaakt van de totale werkzame bevolking, voelde in 2013 ook sterk de effecten van de economische crisis. Zo daalde de mediaan van het persoonlijke bruto-inkomen van 30.000 naar 28.000 euro, terwijl die van de gemiddelde arbeider gelijk bleef. In de periode 2017/2019 trok het loon wel weer aan, maar nog steeds beschrijft een groter deel van de kunstenaars hun financiële situatie als redelijk of matig tot slecht in vergelijking met de gemiddelde beroepsbevolking.  

Arbeidsongeschiktheids- en pensioensregelingen

Van een stabiel loon waar ruim van kan worden geleefd is in de kunstsector dus vaak geen sprake. Dit resulteert ook in het feit dat maar weinig mensen een arbeidsongeschiktheidsverzekering of pensioensregeling afsluiten. “Mensen zijn heel terughoudend om in een regeling te stappen die hen verplicht elke maand een bepaald bedrag in te leggen,” zegt Caspar de Kiefte. “Als je flexibel werkt met een onzeker inkomen, maar je weet dat alles bij elkaar opgeteld best veel is, dan kan je die verplichting wel aangaan. Als het inkomen ook nog op een laag niveau ligt, wordt het lastig. Je moet ook eten en leven en dan kom je al gauw in de knoop met je dagelijkse uitgaven.” 

Deze schurende financiële situatie is ook terug te zien in de doorwerkleeftijd van mensen. Kunstenaars werken als ZZP’er vaak nog door tot hun zeventigste, terwijl de gemiddelde ZZP’er met 67 al overstapt op het leven van een gepensioneerde. Volgens Caspar de Kiefte is het inkomen in de kunstsector zo laag en onzeker dat op het moment dat mensen AOW krijgen, dat de eerste keer is dat er elke maand een vast bedrag op de bankrekening wordt gestort. “In sommige gevallen betekent het nog niet eens dat het inkomen erop achteruitgaat. Als je dan daarbij blijft werken, is dat gewoon extra geld.” 

Wat ook meespeelt is het feit dat kunstenaars meestal hun hobby uitoefenen als vak. “Als je kunstenaar of muzikant bent, maakt dat je identiteit uit. Je bent het voor je leven lang tot je het echt niet meer kunt, dus ze blijven dat ook doen.” 

Coronaklappen

De Kiefte vindt het belangrijk om duidelijk te maken dat de Kunstenaarsmonitor gebaseerd is op cijfers van voor de coronatijd: “We hebben een hele aparte tijd gehad en zijn als sector zwaar en langdurig geraakt. Het inkomen dat was bedoeld vanuit de overheid heeft de mensen in deze sector heel slecht bereikt, waardoor de situatie nu veel zorgelijker is dan wat hier nu staat. Ik vrees dat veel van het spaargeld is opgebruikt en dat er leningen zijn aangegaan bij familieleden.”  

Wat uiteindelijk de langetermijneffecten zijn van de afgelopen anderhalf jaar, zullen in de volgende Kunstmonitor naar voren komen. Wat nu van belang is, is dat het beroep van kunstenaar lang niet altijd zorgt voor een financieel stabiel leven, maar wel voor een leven waarin hobby’s en werk samenvallen. “Je bent voor je leven lang kunstenaar en die identiteit verlies je niet.”