Bedreigingen, haatreacties en intimidaties: voor veel wetenschappers is het steeds meer aan de orde van de dag. De Vereniging van Universiteiten (VSNU) heeft daarom afgelopen week een handreiking naar voren gebracht om bedreigingen jegens wetenschappers tegen te gaan. De vraag is of toekomstige wetenschappers zich hierdoor daadwerkelijk veiliger voelen om zich uit te spreken.
Door: Kaylin Cligge & Guus Krijnen

De negatieve reacties volgen meestal op een publiek optreden waarin de wetenschapper zijn of haar expertise over een maatschappelijk onderwerp heeft gedeeld. Volgens Ruben Puylaert, woordvoerder van de VSNU, liggen deze onderwerpen heel breed. “Klimaat, zaken rondom corona, terrorisme, eigenlijk alles wat enigszins maatschappelijk gevoelig kan liggen, is voor mensen aanleiding om op twitter helemaal los te gaan richting wetenschappers. In sommige gevallen gaan ze zelfs langs bij mensen thuis.” 

In de afgelopen jaren hebben universiteiten de meldingen van beledigingen en bedreigingen steeds meer zien oplopen. Hoeveel dit er precies zijn, is niet duidelijk. Een onderzoek dat ScienceGuide afgelopen juli publiceerde geeft echter een redelijke indicatie van de ernst van het probleem. Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van een vragenlijst die werd ingevuld door Nederlandse onderzoekers van verschillende kennisinstellingen. 

 

Publiek debat
Wat vooral problematisch is aan de steeds onveiligere situatie na media-optredens, is volgens Puylaert het feit dat dit ook een negatieve werking heeft op de samenleving. Naast dat het vervelend is voor wetenschappers om dit soort dingen mee te maken, kan het er ook voor zorgen dat ze terughoudender zijn bij het mengen in een maatschappelijk debat. “Als de wetenschappelijke stem op die manier in de kiem gesmoord wordt, is dat ontzettend schadelijk. Door de wetenschap kunnen wij een belangenafweging maken en tot oplossingen komen.”  

Jantine Schuit, vicerector van de Universiteit van Tilburg, ziet dit gegeven ook terug. “Wij stimuleren onze wetenschappers om hun kennis en inzichten ten dienste van de samenleving in te zetten, maar door dit soort negatieve reacties wordt een onveilig gevoel geschept. Dit kan leiden tot angst om nog deel te nemen aan het publieke debat. Dat botst met het waarborgen van de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting van wetenschappers.” 

Juridische stappen
Iemand die zeker niet bang is om zich publiekelijk uit te laten is Roland Pierik, hoofddocent rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Op twitter is te lezen hoe hij zijn mening over onder andere het coronavirus laat blijken. Dit komt hem echter op een stevige stroom beledigingen, verwensingen en zelfs bedreigingen te staan. Onder tweets van Pierik zijn opmerkingen te lezen als ‘is een touw pakken en een hoge boom opzoeken niet beter voor jou’ en ‘fascistische nazi’.  

“De grens tussen vrijheid van meningsuiting en bedreiging is flinterdun”, vertelt strafrechtadvocaat Leonie van der Grinten. “Een bepaalde rechter op de zaak kan daar al een verschil in maken.” Zelfs als er sprake is van bedreiging, is dat lang niet altijd strafbaar. “Bedreiging is volgens het wetboek van strafrecht alleen strafbaar als het gaat om een levensdelict.” Van der Grinten doelt daarbij op bedreigingen op iemands leven. Daarbij vallen veel bedreigingen dus al buiten het strafbare, waardoor juridische stappen voor wetenschappers als Roland Pierik lastig zijn.  

Aankomend wetenschappers
Hoewel er in de afgelopen jaren wel degelijk aangifte is gedaan bij ernstige bedreigingen, duurt het probleem voort en leidt het tot steeds meer wetenschappers die afzien van het openbaar delen van hun kennis. Wat doet dit echter met de wetenschappers van de toekomst? Zijn er nog studenten die het later wagen om zich in het publieke debat te mengen? 

WetenschapVeilig
Werken aan een oplossing is dus van belang om onze menselijke kennisbank van later niet nu al de mond te snoeren. Daar komt de handreiking Aanpak Bedreiging en Intimidatie van Wetenschappers in beeld. Hierin staat onder andere dat bij bedreiging, fysiek of seksueel geweld standaard aangifte wordt gedaan en dat er voor bedreigde wetenschappers psychosociale hulp komt en weerbaarheidstrainingen worden aangeboden. Wat volgens de VSNU echter vooral belangrijk is, is aandacht. “De effectiviteit van alle good practices en richtlijnen staat of valt met de aandacht die eraan besteed wordt.”  

Jantine Schuit zegt dat ze hier bij Tilburg University actief mee bezig zijn: “Het is onze taak als universiteit om achter onze wetenschappers te staan en ze waar mogelijk te beschermen en te steunen. Op het moment zelf, maar ook in de nasleep. Zo hebben we bijvoorbeeld in specifieke gevallen in het verleden extra beveiliging geregeld en sommigen wetenschappers hebben ook een andere kamer gekregen.” 

Als laatste middel in de strijd wordt het informatiepunt WetenschapVeilig, naar analogie van PersVeilig, opgericht. Dit landelijke meldpunt houdt de cijfers van bedreigingen bij en onderhoudt contact met het Openbaar Ministerie en de politie. “Met al deze maatregelen hopen wij op meer inzicht in het probleem en de aanpak van het probleem, meer begrip, meer bescherming en gevoel van veiligheid en natuurlijk ook afname van het aantal gevallen,” vertelt Schuit.