In bijna de helft van de kinderboeken die een prijs of nominatie op hun naam hebben staan, staat nog steeds grof taalgebruik. Dit blijkt uit een rapport van stichting Bond Tegen Vloeken. Vooral in het boek 100% Coco Tokyo – Dagboek van een modevlogger van Niki Smit is veel gevloek en gescheld te vinden.  

Stichting Bond Tegen Vloeken bekijkt ieder jaar de boeken die een prijs of nominatie ontvangen hebben. Dat zijn jaarlijks tussen de 25 en 30 boeken. “Niet heel veel dus, maar het zijn wel boeken die tot de kinderliteratuur gerekend worden en die in de belangstelling staan.”, zegt Kees Hazeleger van Bond Tegen Vloeken. Een kinderboek heeft in de ogen van de bond pedagogische waarde. Daarom vinden zij een kinderboek met grove taal geen goed voorbeeld. Hierdoor zouden kinderen denken dat het normaal of geaccepteerd is om te schelden of vloeken.  

“We keuren vloeken in het algemeen af, dus ook als kinderen vloeken. Als ze er jong mee beginnen, is de kans groot dat ze later ook blijven doen.” Vloeken en scheldwoorden zijn vaak een teken van onmacht, laat Hazeleger weten. Daarnaast meldt hij dat grove taal vaak kwetsbare gebieden raakt als ziektes, afkomst, godsdienst, enz. “Door die termen te gebruiken, kwets je een ander bij wie dit woord veel emotie oproept.” 

 

Scheldwoorden in kinderboeken door Eva Kort

Met het jaarlijkse onderzoek wil de bond aandacht vragen voor het taalgebruik in kinderboeken. Hazeleger: “Blijkbaar is de mate van grove taal geen belemmering om met een boek in de prijzen te vallen. Dat vinden we jammer. We willen daarom een discussie op gang brengen. Graag zouden we ook met schrijvers en de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) in gesprek gaan over het gebruik van grove taal in kinderboeken.”  

Naast de wens om de discussie aan te gaan en ervoor te zorgen dat er minder grove taal te lezen is in kinderboeken, laat de bond wel weten iedere vorm van censuur onwenselijk te vinden. “De schrijver mag schrijven wat hij of zij wil, maar we vragen ons af of het nodig is om zulke erge en zo veel grove taal te gebruiken. Er zijn genoeg schrijvers die het niet doen of niet nodig hebben.”  

Uit de antwoorden van de kinderen en groep acht leraar op deze school blijkt dat de kinderen de scheldwoorden niet uit kinderboeken opvangen, maar juist van sociale media en op straat. Bond Tegen Vloeken laat weten deze constatering een goede les te vinden. De reden dat zij nog niet op sociale media onderzoeken is dat het een ontzettend breed terrein is en ze niet goed weten waar ze moeten beginnen.

Naast schrijvers en de CPNB spelen ouders hier volgens de bond ook een grote rol in. Ze kunnen kinderen sturen in wat ze lezen. Hazeleger: “Verbieden gaat te ver, maar je kunt er wel met de kinderen over praten. Bijvoorbeeld: wat vind je ervan dat er zoveel vloeken in dit boek staat? Wat doet dat met je? Vind je het prettig of heb je er last van?” 

Kindercoach Elvira Bijlard laat weten hoe kinderen deze scheldwoorden oppikken en wat ouders kunnen doen. Ze laat weten dat kinderen die op de basisschool zitten in contact komen met oudere kinderen en daardoor ook met ander taalgebruik. “Doordat kinderen heel snel leren, pikken ze dit taalgebruik snel op. Ook hebben ze heel snel door hoe jij daar als ouder over denkt. Als je schelden niet goed vindt, is dat leuk omdat ze graag grenzen opzoeken en willen uitdagen. Daarbij komt ook kijken dat iets dat niet mag leuk en spannend is.”

Volgens Bijlard hebben kinderen vanaf een jaar of zeven door wat schelden met een ander doet. “Ze begrijpen de impact beter, snappen dat het anderen raakt en gaan het ook op die manier gebruiken. Het is nog steeds een manier van grenzen opzoeken, maar ze willen zichzelf ook wel een beetje grootmaken en stoer doen.”

Bijlard laat weten dat niets doen en accepteren dat je kind scheldt, het alleen maar erger maakt. Daarom kun je beter het gesprek aangaan. “Negeren op het moment dat het gebeurt en naderhand op een rustig moment erover praten. Dat werkt eigenlijk het allerbeste.” Naast praten helpt het ook om van jongs af aan een mopperpotje te hebben. Hierdoor verbind je op een laagdrempelige en bijna humoristische manier consequenties aan schelden, volgens Bijlard. “Of geef de kinderen ‘moppertijd’, geef ze 5 minuten om te schelden en ze te laten zeggen wat ze willen. Als iets mag wordt het vaak minder interessant.”