Door Wouter Minderman en Hidde van Gijn

Het communisme is al ruim zeventig jaar niet weg te denken uit de Tsjechische politiek. Met pieken en dalen is dit gedachtegoed altijd vertegenwoordigd geweest. Afgelopen verkiezingen in oktober gebeurde er echter iets opmerkelijks: de communistische partij KCSM haalde de kiesdrempel niet en het einde van het postcommunistische tijdperk werd in gang gezet.

Tsjechië was het laatste land in Europa met communistische invloeden op het hoogste niveau. Hoewel deze historische gebeurtenis door velen wordt gevierd, worden er ook vraagtekens gezet over de toekomst van het communisme.

‘Het Tsjechische communisme blijft in een isolement’

Ruim dertig jaar na de Fluwelen Revolutie en voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal er geen communistische partij plaatsnemen in het Tsjechische parlement. De communistische partij heeft de stemdrempel van vijf procent niet gehaald. ‘Vrij bijzonder dat ze überhaupt nog in het parlement zaten.’ vindt dokter Iwona Gusc, cultuurhistoricus gespecialiseerd in Europese naoorlogse culturen.

Het decennialange vertrouwen in het communisme begint volgens Gusc bij de Praagse Lente (1968-1969). ‘Politiek leider Alexander Dubcek promootte een nieuwe vorm van communisme, het zogenoemde Actieprogram. Het was een socialisme met een menselijk gezicht.’ Gusc vertelt dat die generatie altijd de hoop heeft gehad om deze filosofie tot een goed einde te brengen. ‘Het Tsjechische communisme heeft zich altijd geprobeerd aan te passen, maar blijft in een isolement; ze hebben namelijk nooit geregeerd.’

Toekomst van het communisme

Het kabinet van Andrej Babis kon in de afgelopen regeerperiode rekenen op gedoogsteun van de communistische partij. Na het verkiezingsverlies voor beide partijen, hangt het gedachtegoed aan een zijde draadje. ‘De behoeftes van arbeiders zijn verandert,’ begint Iwona Gusc. ‘Zij waren de kerngroep van de communisten en daardoor is er geen draagvlak meer voor deze ideologie. Verder heeft de partij niet de middelen om alles te collectiviseren. Zowel de salarissen als de belastingen kan je niet gelijk verdelen over de inwoners.’ Toch is er volgens Gusc een sprankje hoop voor het politieke stelsel. ‘Het kan pas een succes worden als een land niet in Europa ligt én geen zwaar verleden heeft met het communisme.’

17 november staat voor de Tsjechen in het teken van vrijheid en democratie. Dit jaar werd deze feestdag door democraten beschouwd als overwinning op het communisme en de huidige politiek.

Voor leden van de KSCM, de communistische partij in Tsjechië, waren de verkiezingen dit jaar minder positief. met een resultaat van 3.6 procent van de stemmen heeft de KSCM de kiesdrempel van 5 procent niet behaald. Pavel Mrštík, Lid van de jongerenvleugel van de KSCM, legt uit hoe dit heeft kunnen gebeuren en hoe hij de toekomst van de partij voor zich ziet.

‘Het behaalde resultaat is erg slecht, maar we zagen het al aankomen. Wij als communistische partij staan achter het beleid Andrej Babiš. Voor veel stemgerechtigden was dit een reden om niet op ons te stemmen’, vertelt Mrštík. Hij voegt eraan toe dat de partij het slechte resultaat mede aan zichzelf te wijten heeft: ‘We hebben veel fouten gemaakt op het gebied van communicatie, waardoor het voor veel mensen niet duidelijk was wat we eigenlijk wilde bewerkstelligen.’

Modern communisme

Ondanks dat de KSCM nog steeds bepaalde communistische normen en waarden wil naleven, is de partij niet te vergelijken met de communistische partij van voor de fluwelen revolutie. ‘Onze partij is opgericht in 1990 en nam toen al afstand van onze voorganger de KSC. Toch krijgen wij de schuld van huidige problemen in Tsjechië. De mensen leven in het verleden’, aldus Mrštík. Verder heeft de KSCM, in tegenstelling tot de KSC, geen verlangen om alle bedrijfstakken te nationaliseren, voegt hij toe.

‘Kapitalisme is niet de oplossing’

Mrštík verwacht dat inwoners van Tsjechië in de nabije toekomst zullen inzien dat een kapitalistische regering niet de oplossing is. ‘Ik verwacht dat de ongelijkheid tussen arm en rijk alleen maar groter wordt in Tsjechië de aankomende jaren. Na de fluwelen revolutie verwachtten de inwoners van Tsjechië dat wij een land met een sterke economie werden zoals Duitsland, maar het gebeurde nooit. Dit is voor veel mensen zeer teleurstellend.’

Hij vertelt dat het land op dit moment worstelt met een ware wooncrisis. ‘De laatste jaren zijn de huisprijzen met wel 25 procent gestegen, maar de salarissen niet. Wij als partij willen dat de overheid meer flats gaat bouwen om dit probleem tegen te gaan.’ Mrštík legt uit dat dit probleem niet bestond ten tijde van een communistische regering: ‘Toen het land nog een communistische regering had, werden er ruim 100.000 flats per jaar gebouwd. Nu zijn dat er maar 25.000. Daarnaast werden de flats geschonken aan de bevolking. Hier kan de regering naar mijn mening een voorbeeld aan nemen.’

Desalniettemin is Mrštík optimistisch over de toekomst van de partij. Hij verwacht dat ze binnen tien jaar weer in het parlement zullen zitten.

Einde van een tijdperk?

Het communisme zal langzamerhand verdwijnen uit de Tsjechische politiek. De eerste stap is gezet, maar men is nog steeds voorzichtig. Democraten zijn bang dat de aanhangers van dit gedachtegoed zich zullen aansluiten bij rechtsextremistische partijen van onder andere premier Andej Babis. Door de laatste verkiezingen zijn er ongeveer 100.000 Tsjechen niet vertegenwoordigd in het parlement wat kan leiden tot meer verdeling in de maatschappij. Leden van de communistische partij zijn teleurgesteld maar hoopvol over een terugkeer binnen tien jaar.