Olaf Scholz werd op woensdag 8 december  officieel beëdigd als nieuwe bondskanselier van Duitsland. De 63-jarige SPD-voorman neemt het stokje over van Angela Merkel, die na 16 jaar terugtrad als ‘Kanzler’. Ook in Nederland is er bijna een coalitieakkoord rond, al heeft het flink op zich laten wachten. Hoe kan het dat ons land zo veel tijd nodig had en de Duitsers zo veel sneller zijn geweest?

Op 17 maart vonden in Nederland de laatste verkiezingen plaats, maar daar is tot op de dag van vandaag nog altijd geen coalitie uit voortgekomen. Daarmee heeft ons land het record voor de langste Nederlandse kabinetsformatie ooit behaald, de teller staat nu namelijk  op 272 dagen sinds de verkiezingen. Het oude record dateert uit 2017: het huidige demissionaire kabinet deed er toen 225 dagen over.

Licht aan het einde van de tunnel

Na al die dagen lijkt er dan eindelijk witte rook op te komen in Den Haag: tweedekamer.nl meldde maandag dat informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees op woensdag 15 december met een eindverslag over de nieuwe coalitie komen en daarmee een  grote stap zetten richting een coalitieakkoord. Deze zal bestaan uit de fracties VVD, D66, CDA en ChristenUnie, dezelfde namen als de ‘vorige’ coalitie. Volgens RTL Nieuws gaan de meeste ingewijden ervan uit  dat het nieuwe kabinet snel wordt gepresenteerd, maar benadrukken zij anderzijds keer op keer dat niets zeker is  en dat alles nog kan verschuiven.

Doelgericht Duitsland

Het samenstellen van de nieuwe Duitse ‘knipperlichtcoalitie’, met daarin de SPD, de FDP en de Groenen, ging wat soepeler: dit duurde 73 dagen sinds de verkiezingen op 26 september. Volgens Jesse Oude Egberink, redacteur bij het Duitsland Instituut Amsterdam, hebben ze daarmee in ieder geval hun streven – een ronde coalitie vóór Kerstmis  – behaald. Als we hem moeten geloven kan ons kabinet nog veel van onze oosterburen leren: “Duitsland heeft in de afgelopen maanden hetgeen laten zien waar Nederland nog weleens aan schort: een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel. Zeker in de huidige coronasituatie . Structuur en zekerheid werden de belangrijke speerpunten van de formatie, puur op inhoud gericht werd er vooral vastgehouden aan een jarenlang streven in Duitsland: modernisatie.” Binnen die modernisatie zou de nadruk vooral liggen op digitalisatie, gezondheid en klimaat, vertelt Oude Egberink. “Omdat de partijen elkaar daarin vonden, vielen de puzzelstukjes eigenlijk na een week al in elkaar.”

Incidenten als overhand

In de vertraagde Nederlandse kabinetsformatie lijken incidenten, onhandigheden en onzekerheden de grootste obstakels geweest. “Door het functie elders-incident van Kajsa Ollongren en de motie van wantrouwen tegen Rutte liepen de gemoederen té hoog op”, vertelt parlementair RTL-verslaggever Frits Wester. “Het ‘wie met wie niet?’- vraagstuk was belangrijker dan ‘wie met wie wel?’ Dat heeft gewoon onnodig veel tijd gekost.” Saskia Loomans, parlementair journalist bij NOS, vult aan: “Het werd een combinatie van armpje drukken en een wedstrijdje hard schreeuwen. Partijen wilden écht niet gezien worden met Rutte en wilden tegelijk  meer inspraak. Allemaal dingen die hebben meegespeeld.“

Polarisatie is volgens haar ook een boosdoener. “Steeds meer fracties betekent ook steeds meer meningen. Binnen de Nederlandse politiek is er angst voor de publieke opinie, ook dat zal altijd meespelen.” Wester wijst ook andere oorzaken aan: “Het politieke landschap is sowieso niet meer vanzelfsprekend. Vroeger waren er echt nog grote politieke ‘blokken’ die de overhand namen, nu is dat naar ‘brokjes’ gegaan. Door deze versplintering kan het geringste probleem al zorgen voor het verliezen van overzicht. En dat is precies wat er is gebeurd.”