Uit onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) blijkt dat 60% van de kankerpatiënten financiële lasten blijft houden. “Het is niet verassend dat er veel uitgaven zijn. De verassing is dat het als erg wordt ervaren, dat het zo snel begint en dat het blijvend is”, aldus Roel Masselink, programmaleider en belangenbehartiger van NFK.

ANP / ANP XTRA / Lex van Lieshout

Afgelopen voorjaar werd er een start gemaakt met het onderzoek. “We zijn met verschillende ervaringsdeskundige aan de slag gegaan. Daar is een vragenlijst uitgekomen”, zegt Roel. In begin oktober is de vragenlijst ingevuld door 4675 (ex-) kankerpatiënten. De vragenlijst heeft twee weken opengestaan. “Daarna zijn we de resultaten gaan analyseren.”

Er is ook onderzoek gedaan naar hoe de patiënten rondkwamen. Er werd gekeken naar de periode vóór de diagnose, maar ook één, drie en vijf jaar erna. “Het blijkt dat 11% voor de diagnose niet goed kon rondkomen. Na de diagnose stijgt dat naar 17%. Dat percentage blijft hier ook op hangen.”

Ideale oplossing

Er zijn drie dingen die een ideale oplossing zouden kunnen vormen voor de financiële situatie van kankerpatiënten. Als eerste moet het bespreekbaar worden. Masselink: “Vraag niet alleen of het goed gaat, maar ook of je het financieel redt”. Als tweede moet de vindbaarheid worden aangepakt. “Er is veel hulp beschikbaar, maar mensen kunnen het niet vinden. Iemand moet je de weg wijzen in het financiële oerwoud.” Het gaat dan over simpele dingen zoals je zorgkosten op orde krijgen. Als derde moet je werken vanaf het moment dat iemand de diagnose kanker krijgt. “Werkbehoud en terugkeer naar het werk moet onderdeel worden van het behandelplan. Als je dat doet, dan maken kankerpatiënten meer kans op een succesvolle terugkeer naar werk, eigen baan of een andere baan.”

“Zeker elke kliniek, niet elke patiënt”

Helga Droogendijk is oncoloog in het Bravis Ziekenhuis. Volgens haar ligt de prioriteit toch echt bij de behandeling. “In de eerste fase zijn we niet bezig met integratie, dat komt later.” Wel is er in het Bravis Ziekenhuis een bedrijfsarts aanwezig. Die houdt spreekuren met patiënten en kan mensen begeleiden wanneer ze aan het werk willen. “Verpleegkundigen hebben het er ook wel over, maar het is geen prioriteit. Zeker met veel uitzaaiingen heeft het geen zin. We staan ook wel stil bij bijvoorbeeld zorgkosten als we merken dat iets lastig is.”

Het Bravis Ziekenhuis is een van de weinige die werkt met een bedrijfsarts. “We zijn erg vooruitstrevend en we merken dat patiënten er baat bij hebben.” Droogendijk adviseert dit dus ook aan andere ziekenhuizen en klinieken. “Ik zal het zeker elke kliniek aanbevelen, maar niet aan elke patiënt. De optie moet er gewoon zijn.”