‘Laag-, middel- en hoogopgeleid,’ zijn termen die volgens het CBS voorlopig nog niet verdwijnen. Onderzoek wijst uit dat het vervangen van deze indeling door ‘praktisch en theoretisch opgeleid’ niet handig is. Het gooit weer hout op de vurige ‘laag- vs praktisch opgeleid’-discussie.

Soms willen we onderscheid in groepen maken, bijvoorbeeld bij de vraag: Wie in onze maatschappij werken er? Een verdeling in praktisch en theoretisch opgeleid is hierbij veel minder bruikbaar dan laag-, middel- en hoogopgeleid. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) benoemt in het onderzoek wel dat ‘praktisch of theoretisch opgeleid’ een goede toevoeging is voor toekomstig onderzoek en kan bestaan naast de oorspronkelijke indeling. Een extra indeling kan altijd meer vertellen over informatie.

De nieuwe indeling heeft nog een extra voordeel; mensen voelen zich een stuk minder gestigmatiseerd. In deze indeling zit namelijk geen rankschikking. Men heeft met de termen ‘praktisch’ en ‘theoretisch’ minder het gevoel dat hun waarde wordt bepaald door de opleiding.

Maar is er wel een duidelijk verschil tussen praktisch en theoretisch opgeleid zijn? Het CBS stelt van wel. Alleen is het bij wo-opleidingen moeilijker om dit onderscheid te maken. Zo is geneeskunde volgens internationale richtlijnen geclassificeerd als een theoretische opleiding, terwijl het eigenlijk een praktische opleiding is.

Op Twitter zijn de meningen verdeeld. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat het stigmatiserend effect het belangrijkste probleem is.


Aan de andere kant zegt men dat deze indeling juist kan zorgen voor verwarring.


Er is al langer discussie over de benaming van opleidingsniveaus. In 2018 ging er een video viraal waarin Marianne Zwagerman, columniste en innovatiestrateeg, een oproep deed om mensen niet laagopgeleid te noemen, maar praktisch opgeleid. Het wakkerde een discussie aan waar ook columnisten van kranten als Trouw het AD een mening over hadden.