Dit jaar zijn er wereldwijd in totaal 488 journalisten opgesloten, 65 gegijzeld en 46 vermoord. Dit blijkt uit een report van Reporters without Borders dat vorige week is uitgekomen. Ook in Nederland is het geweld tegen journalisten toegenomen. “In vergelijking met vroeger is het geweld nu gericht op de pers zelf.”

Door Sanne Gmelich en Fleur Broeders

Opgesloten, gegijzeld en vermoord

Reporters without Borders (RSF) is een organisatie die strijd voor journalistieke vrijheid, veiligheid, onafhankelijkheid en pluralisme. Het rapport van Rsf laat zien dat vergeleken met vorig jaar dit een stijging is van 20%. Nog nooit zijn er zoveel journalisten in de gevangenis beland als dit jaar. Niet overal ter wereld worden evenveel journalisten opgesloten, de grote koplopers op dit gebied zijn: China, Myanmar en Belarus. Dit komt mede door het strenge bewind dat daar gevoerd wordt en restricties die gebonden worden aan wat er gepubliceerd mag worden.

Ook laat het rapport zien dat er dit jaar een record gehaald is in het aantal vrouwen dat opgesloten zijn, namelijk één derde meer dan vorig jaar. Steeds meer vrouwen zijn werkzaam als journalist, dit is een van de redenen van de stijging in opsluitingen, maar het heeft ook te maken met regionale kenmerken. Zo staat China op nummer één als land met de meeste opsluitingen van vrouwelijke journalisten.

Loading...

Loading…

Liquidaties

46 journalisten zijn er dit jaar vermoord. Dit is het laagste aantal in bijna 20 jaar. Gemiddeld wordt er één journalist per week vermoord, omdat ze hun werk doen in gebieden waar dit gevaarlijk is. Nederland staat op nummer zes in de top met landen waar journalisten het beste hun werk kunnen doen. In Nederland was het tot dit jaar voor een lange periode tamelijk rustig. Dit jaar is misdaadjournalist Peter R. de Vries geliquideerd in de straten van Amsterdam, dus ook in Nederland is het niet altijd even veilig om als journalist je werk te doen. 

Loading...

Loading…

NVJ en PersVeilig

Toch wordt er in Nederland veel gedaan om te zorgen dat journalisten in Nederland veilig hun werk kunnen doen. Volgens Loes Smit van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) helpt het best als ze ingeschreven staan bij de vereniging. “Voor iedere journalist hebben we tips en tricks online staan die je kan bekijken, voordat je naar een gevaarlijke situatie toe gaat. Voor onze eigen journalisten organiseren we ook regelmatig cursussen en verzorgen we waar nodig voor dingen als kogelvrije vesten of andere veiligheidskleding”. 

De NVJ is veel bezig met de veiligheid van Nederlandse journalisten in zowel binnen- en buitenland. “ Sinds 2017 is er een duidelijke toename te zien in agressie en bedreigingen waar journalisten mee te maken krijgen. Meer dan acht op de tien journalisten heeft hier wel een mee te maken gekregen”, vertelt Smit. In samenwerking met de politie en het OM zorgt de NVJ ervoor dat journalisten versterkt worden tegen agressie en geweld. 

In Nederland komt verbale agressie het meest voor, blijkt uit een onderzoek van PersVeilig. Twee derde van de journalisten maakte dit minimaal één keer mee in de afgelopen twaalf maanden. Zowel in binnen- als buitenland is fysiek en verbaal geweld tegen journalisten sterk gestegen. PersVeilig is hier zich ook van bewust en zet zich daarom het komende jaar ook nog meer in voor de veiligheid van journalisten. Dit zal in de vorm van bescherming van politie en cursussen zijn.

Amnesty International

Dat journalisten met verbaal en fysiek geweld te maken hebben, weet ook Amnesty International. Amnesty is een organisatie met ontzettend veel acties voor mensen die in gevaar zijn; journalisten zitten daar dus ook tussen. “Journalisten komen op voor mensenrechten en de democratie. We kunnen niet zonder ze.” Dat zegt Ruud Bosgraaf van Amnesty International. “Een voorbeeld dat me snel te binnen schiet is Omar Radi. Dat is een Marokkaanse journalist die is opgepakt doordat hij kritiek had op de regering en de koning. Als we weten over een situatie en we beschikken de informatie over het incident, dan voeren wij daar actie voor. Zonder twijfel”, aldus Bosgraaf

Volgens Amnesty International spelen journalisten een belangrijke rol in de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. “We hebben het dan wel over zelfstandige en onafhankelijke journalisten. Geen staatsjournalisten; die schrijven alleen maar wat de regering graag wilt horen.” Bosgraaf noemt China, Iran, Saoedi Arabië en Rusland als voorbeelden van landen waar het slecht gesteld is met de persvrijheid. “Niet iedereen wordt daar opgesloten, je kan ook geïntimideerd worden. Andere opties zijn dat je wordt opgepakt, een bezoek moet brengen aan de politie of in het ergste geval kan je vermoord worden.” In deze landen worden soms ook kranten verboden. “Wanneer een land bepaalde kranten verbiedt, moeten de alarmbellen gaan rinkelen.”

Nederland zelf kan niet veel doen volgens Amnesty. “De Nederlandse Ambassade zou kunnen aandringen bij machthebbers in landen van problemen. Ook kunnen we journalisten bijstaan bij rechtsprocessen in het buitenland of visums verstrekken aan de journalisten die dat nodig hebben om te kunnen vluchten.” Bosgraaf maakt duidelijk dat Nederland maar een klein land is en dat er in EU-verband meer mogelijk is. “Het is belangrijk om niet je mond te houden. Het is niet normaal. Uit je erover en sta de journalisten bij.”

Journalist adopteren

Theo Dersjant, journalist en docent aan de Hogeschool voor Journalistiek, vindt dat er meer gedaan moet worden om collega journalisten in het buitenland bij te staan. “Ik zou graag een project opzetten om journalisten in het buitenland te helpen. Mijn voorstel is om permanent een gevangen journalist ergens ter wereld te ‘adopteren’. We kijken dan wat we voor diegene vanuit Nederland kunnen betekenen. “Zo kunnen we bijvoorbeeld brieven schrijven naar overheden, instellingen en families”, vertelt Dersjant. 

Via een online platform op diverse scholen en media zou dit project al snel bekendheid kunnen krijgen. “Als iedere school op deze manier een journalist adopteert gaat het al snel. Ik ben op dit idee gekomen na de moord op Charlie Hebdo, ik dacht: zo kan het niet langer. Even na deze gebeurtenis schreef iedereen erover en had het wereldwijd bekendheid, maar dit zou altijd zo moeten zijn. Die bekendheid over zoiets belangrijks moet niet kunnen vervagen na een tijdje. Ik heb dit project nu eerst neergelegd bij Fontys Hogeschool voor Journalistiek en hoop dat het in de toekomst onderdeel kan worden van het onderwijs.”