Door: Rik Claessen, Roos le Rutte, Sanne Gmelich

De nationale voorleesdagen zijn deze week van start gegaan, maar let niet alleen op de kinderen. Dat zeggen meerdere stichtingen die zich bezighouden met de taalkundigheid van volwassenen in Nederland. Juist veel ouders hebben moeite met taal en een generatie laaggeletterde kinderen kan volgens de stichtingen voorkomen worden. 

 Volgens stichting lezen en schrijven betekent laaggeletterdheid: Je bent als volwassene laaggeletterd, als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden.  Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laaggeletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om helemaal mee te doen in de samenleving.  

Die taalachterstanden beginnen volgens Stichting lezen en schrijven thuis. Jan-Willem Heijkoop, woordvoerder van stichting lezen en schrijven, vertelt dat de bij de gezinnen waar ouders laaggeletterd zijn nagenoeg nooit gelezen, gerekend of gesproken wordt. “Als gevolg krijgen kinderen dus geen huiswerkbegeleiding, omdat de ouders zelf ook moeite hebben met taal of rekenen.”  

 Voorleesontbijt 

Zowel de nationale voorleesdagen als het nationale voorleesontbijt wordt georganiseerd door stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. “Samen met ‘stichting lezen’ organiseren we veel voorleesontbijten en activiteiten voor de kinderen deze week. Maar ook veel scholen en bibliotheken organiseren zelf dingen”, vertelt Rozemarijn Visser, persvoorlichter van CPNB.  “Voorlezen is heel belangrijk voor de kinderen. Onze doelgroep is eigenlijk kinderen van nul tot en met zes, maar we proberen ook zoveel mogelijk de ouders en grootouders aan te spreken. Samen met bekende Nederlanders geven we ouders tips mee voor het voorlezen, want we merken soms ook dat ouders wel willen voorlezen maar niet altijd de tijd hebben. Ook weten ze niet altijd welke boeken geschikt zijn, dus door de prentenboek top tien proberen we ze hiermee wat op weg te helpen”, aldus Vissers.   

  “Deze coronaperiode is voor veel kinderen toch best spannend. We vinden het daarom ook wel belangrijk om echt een bindingsmoment te hebben tussen ouder en kind en dat je gewoon even van de dagelijkse sleur weg bent. Het is ook een stukje empathie dat ze leren. Als je voorgelezen wordt als kind leer je andere perspectieven kennen”, vertelt Visser. Ook denkt ze dat er wel een degelijk verschil zit tussen de kinderen waar wel en niet bij werd voorgelezen. Het blijkt dat ze later toch meer moeite hebben met zelf lezen, omdat je een achterstand hebt in je woordenschat. Ook een belangrijk onderdeel is plezier, je hebt een goede herinnering aan voorgelezen worden en zal hierdoor later ook sneller zelf een boek op pakken.   

 

 Maar eerst ving ik een monster 

Het boek Maar eerst ving ik een monster, geschreven door Tjibbe Veldman, is dit jaar verkozen tot prenten boek van het jaar. Ook Veldman vindt voorlezen erg belangrijk: “Ik heb altijd één mantra en dat is: lees voor. Het is zowel goed voor het kind als voor de ouder. Door voorgelezen te worden beleef je samen iets. Een goed prentenboek moet daarom ook wat vragen op roepen. Samen met het kind ga je dan op zoek naar het antwoord. Het is een fijn moment tussen ouder en kind.” Het prentenboek van het jaar is daarom ook voor veel kinderen beschikbaar gemaakt. Online kan het boek in dertig talen beluisterd worden. 

 Veel laaggeletterde in Nederland 

Een stichting die zich inzet voor het bevorderen van lezen, schrijven en rekenen is de stichting ‘Lezen en Schrijven’.  Ze richten zich voornamelijk op volwassenen. Ook proberen ze laaggeletterdheid op de politieke- en publieksagenda te zetten. Daar zit noodzaak achter, vindt Jan-Willem Heijkoop. 

“We zien dat kinderen die opgroeien bij laaggeletterde ouders, een drie keer grotere kans hebben om zelf laaggeletterd te worden”, vertelt Heijkoop. Hij haalt het onderzoek van het Programme for International Student Assesment (PISA) uit 2018 aan. Dit rapport uit 2018 is het meest recente onderzoek van PISA, hierin worden de prestaties van 15-jarige leerlingen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen vergeleken. 79 landen hebben meegedaan.  Uit dit onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid van kinderen de afgelopen jaren sterk aan het afnemen is.  

 Maar volgens Heijkoop moet het aantal laaggeletterde volwassenen in Nederland meer aandacht krijgen: “In Nederland zijn 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd, van die 2,5 miljoen is 54% geboren en getogen in Nederland. Veel Nederlanders hebben juist het idee dat die grotere meerderheid mensen met een migratieachtergrond zijn, dat is dus niet zo.”   

‘De Voorleesexpres’ is een organisatie die kinderen wil stimuleren in taalvaardigheden. Dit doen ze door een vrijwilliger bij gezinnen voor te laten lezen, zodat het kind zich beter kan ontwikkelen. Deze gezinnen worden door docenten op gegeven. Marieke Kuil van De Voorleesexpres, vertelt: “Wij zien vooral NT2’ers, dit zijn mensen met een migratieachtergrond. Onze vrijwilligers helpen dan met de taalontwikkeling van de kinderen. Ondanks dat de helft van de laaggeletterde in Nederland is geboren en getogen, hebben we in de afgelopen vier jaar maar twee van deze gezinnen gezien. Ouders zoeken geen hulp want er heerst een taboe op onvoldoende Nederlands spreken. Deze ouders weten vaak goed te verbergen dat ze moeite hebben met de Nederlandse taal.” De stichting hoopt dat het taboe op dit onderwerp snel verdwijnt. 

 Achterstand

 Het PISA onderzoek vermeldt ook dat 1 op de 4 15-jarige in Nederland een taalachterstand heeft. “We lopen internationaal achterop, de cijfers worden ook steeds slechter. Als die jongeren hun taalachterstand niet inhalen, worden ze de volgende generatie laaggeletterden”, aldus Heijkoop.  

Ook vertelt Heijkoop dat er tijdens de Nationale voorleesdagen goed aan de ouders gedacht moet worden. Volgens hem is het vooral belangrijk dat jonge kinderen voldoende taalkennis opdoen: “Uiteraard als we 2 of 3 boeken voorlezen, kan het kind niet meteen praten of brieven schrijven, maar er ontstaat wel gevoel voor taal. Ze herkennen woordjes en klanken. Dat helpt bij taalontwikkeling. Daardoor beginnen ze al met meer kennis op de basisschool.”   

Stichting lezen en schrijven werkt vaak samen met basisscholen, deze hebben volgens Heijkoop vaak ‘in de smiezen’ welke ouders wat minder betrokken zijn met school en hun kinderen. “Ouders taalles aanbieden kan confronterend zijn, omdat ze denken ‘er is niets mis met me’”, zegt de woordvoerder.   

Heijkoop vertelt ook dat ze ouders benadrukken dat deze taallessen voor hun niet als ‘school’ gezien moet worden. “We noemen het ook geen school voor de ouders. We weten van veel laaggeletterde dat ze een slechte school ervaring hadden”, aldus Heijkoop.