De wereld is al weken in de ban van de oorlog in Oekraïne. Via het Jeugdjournaal, TikTok en andere wegen krijgen ook veel jonge kinderen dit mee. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) kan dit indruk maken op deze kinderen. Wat kan het basisonderwijs doen voor kinderen in tijden als deze? En hoe ga je als leerkracht om met vragen of angsten uit de klas?  

Het NJI geeft aan dat het goed is om met kinderen te praten over de oorlog in Oekraïne. Kinderen kunnen hier namelijk vragen over hebben of zich zorgen maken. Volgens Yveline Nilsen, medewerker inhoud bij het NJI, blijft het bij kinderen vooral bij vragen: “Het hoeft niet meteen gepaard te gaan met angst. Het begint vaak bij dat een kind zich afvraagt: Hoe zit het? Hoe ver is dat hier vandaan?. Ook Beppie Smit, directrice van basisschool De Kleine Akkers in Goirle, merkt dat kinderen vooral vragen hebben: “We zien gelukkig weinig angst. Het gaat met name om vragen of we iets kunnen doen.” 

Impact 

Yveline Nilsen vindt het lastig vast te stellen voor welke leeftijdsgroep de impact het grootst is; “We weten wél dat kinderen vanaf ongeveer hun 9e angstig kunnen worden, omdat ze dan zien dat de wereld niet altijd even veilig is.” Beppie Smit ziet als basisschool directrice toch een duidelijk verschil tussen leeftijdsgroepen: “Ik merk dat de middenbouw heel veel vragen heeft, maar ook weer snel over kan tot de orde van de dag. De bovenbouw wordt hierin veel meer beïnvloed door sociale media. TikTok staat er bijvoorbeeld vol mee, die kinderen zijn er gewoon écht 24/7 mee bezig.” 

“De oorlog in Oekraïne zou zomaar werkelijkheid kunnen zijn”

Smit denkt dat deze oorlog dan ook veel meer impact op kinderen heeft dan andere oorlogen. Volgens de directrice zijn beelden van kinderen, huisdieren en moeders kenmerkend voor de oorlog. Dit zijn dingen die Nederlandse kinderen dagelijks zien. Hierdoor kunnen ze zich veel beter inleven. “Bij de oorlog in Syrië zagen we beelden van bootjes of grote tentenkampen. De kinderen zien zichzelf niet op een bootje, de oorlog in Oekraïne zou zomaar werkelijkheid kunnen zijn.” 

Praten 

Praten over oorlog met kinderen, hoe doe je dat? Nilsen vertelt dat je het als volwassenen vooral bij de kinderen moeten laten en niet voor ze moet invullen. Ze noemt corona als voorbeeld: “Wij dachten als volwassenen dat kinderen die mondkapjes van volwassenen wel spannend zouden vinden. Vaak denken kinderen gewoon: “Oh cool, mondkapje” terwijl wij het dan groot maakten in ons hoofd.” Ze geeft de tip gewoon te luisteren naar de vragen die er liggen en die eerlijk beantwoorden. “Je moet het wel houden op wat een oorlog is en wat er dan gebeurt. Zeker niet ingaan op details als kernwapens, et cetera.”  

“Ik denk dat de leerkracht dit het beste kan” stelt ze; “die kent de klas en de kinderen. De gevoeligheid is zo het beste in te schatten.” Beppie Smit geeft aan het hier helemaal mee eens te zijn. Toch leeft ze ook mee met haar leerkrachten: “Dat is best ingewikkeld omdat sommige kinderen daarin vrijer zijn dan anderen, dat geldt ook voor leerkrachten. We houden ons daarom aan de lijn die het NOS Jeugdjournaal trekt; wat zij vertellen, vertellen wij ook. Daarmee geef je ook wat rust.”