Foto: ANP / Bas Czerwinski

De weduwen van de ‘Ogoni Negen’ zijn door de rechter in Den Haag niet in het gelijk gesteld. De vrouwen spanden een rechtszaak aan tegen multinational Shell. Ze stelden dat het bedrijf medeplichtig was aan de onterechte executie van hun negen partners.

De rechter zei vandaag in de rechtszaal dat hij zich bewust is van het “schokkende en tragische karakter van de gebeurtenissen.” “Het verdriet en verlies van de eiseressen staat niet ter discussie.” De ‘Ogoni Negen’ werden in 1995 opgehangen nadat ze kritiek hadden geleverd op de Nigeriaanse overheid en oliegigant Shell. Volgens de weduwen zou het bedrijf daarbij aangestuurd hebben op de executie en getuigen betaald hebben om valse verklaringen af te leggen. De rechter oordeelde in de civiele zaak dat bewijs daarvoor te gering was.

Mensenrechtenbevorderaar Amnesty International was ook aanwezig bij de uitspraak van de rechter, woordvoerder Yara Boff Tonella zegt: “We zijn erg teleurgesteld maar hadden ons wel op deze uitspraak ingesteld.” Volgens Boff Tonella is het logisch dat het bewijs als te gering gezien wordt omdat de getuigen zich gebeurtenissen van 25 jaar geleden moesten herinneren, bovendien waren de getuigen al behoorlijk op leeftijd. Amnesty is wel blij dat er een andere wind lijkt te waaien in hoe multinationals beschouwd worden. “Het is niet meer vanzelfsprekend dat multinationals zomaar hun gang kunnen gaan, men weet nu dat ze ook betrokken kunnen zijn bij mensenrechtenschendingen.” Boff Tonella: “De weduwen zijn nu vooral blij dat ze hun verhaal hebben kunnen vertellen.”

In een schriftelijke reactie laat Shell weten dat “de uitspraak van vandaag niets af doet aan het tragische karakter van de gebeurtenissen van 1995. We hebben de beschuldigingen in deze zaak tegen Shell altijd verworpen. Vandaag heeft de rechtbank bevestigd dat er geen basis is voor de vorderingen tegen ons.” Shell stelt daarbij dat het besluit de ‘Ogoni Negen’ te executeren echt bij de Nigeriaanse overheid gelegen heeft.