Foto: ANP/Ben Hansen

De Rotterdamse voetbalclub Sparta bestaat 144 jaar. Het geheim? De club gewoon niet opheffen.  

Op 1 april 1888 richt de familie Hartevelt Hoos de club op in hun tuin. De Rotterdamse stad heeft sindsdien de oudst betaalde voetbalclub van Nederland. Als je de vraag stelt wat het geheim daarvan is, vergelijkt sporthistoricus Jurryt van de Vooren het met iemand die 100 jaar wordt: “Gewoon niet doodgaan.” De club is in al die jaren simpelweg niet opgeheven.  

Dit voetbalseizoen staan de ‘Spartanen’ op de zeventiende plaats in de Eredivisie; dat is de een na laatste positie. Echter speelden de voetballers niet altijd onderaan de ranglijst. Sparta kent een geschiedenis van een reeks aan landskampioenschappen.  

Zie hier een aantal van de hoogtepunten van Sparta: 

De hoge heren 

“Sparta is de vertegenwoordiger van de begintijd van de Nederlandse voetbal. Dat is de tijd waarin voetbal nog echt een elitaire aangelegenheid was”, aldus de sporthistoricus. Aan het eind van de negentiende eeuw konden alleen kinderen uit de hoge sociale kringen zich veroorloven om vrije tijd te hebben. Zo is de club ook opgericht door acht scholieren tussen de 13 en 16 jaar oud. “Dat was vrij normaal voor die tijd.”, legt Van de Vooren uit. Voetbal was dan ook echt alleen voor kinderen rond die leeftijd.  

Generatieconflict 

Toch begon de Spartaanse club gek genoeg niet met voetbal. De sport cricket was toen hetgeen wat Sparta vertegenwoordigde. Maar in juli 1888 was voetbal vanuit Engeland overgewaaid naar Rotterdam.  

De sport met de bal had ook voordelen. Rond 1900 was het voor de kinderen uit de hoge kringen normaal om te gaan wandelen met je ouders. “Voetbal was daarmee een mooie manier om je aan het toeziend oog van je ouders en leraren te onttrekken.”  

Voetbal door oorlog 

Sparta heeft uiteindelijk het voetbal niet populair gemaakt volgens Van de Vooren. “Dat is een ontwikkeling die zich buiten voetbal afspeelt, namelijk de Eerste Wereldoorlog.” De vier jaar durende oorlog begon in 1914. In die jaren hield Nederland zich afzijdig van het conflict, maar voerde voor de zekerheid wel de dienstplicht in. “Er werd dus niet veel gevochten. Hierdoor dreigde verveling te ontstaan.” Dit was een gevaar, want in Europa vonden revoluties plaats, zoals in Rusland (1917; de Tsaar wordt afgezet) en in Duitsland (1918; de keizer vlucht naar Nederland). “En die begonnen vaak in het leger. Eén van de oplossingen om dat te voorkomen was om ze maar te laten voetballen.” 

Een revolutie is er nooit gekomen in Nederland. “Dat is voor heel veel jongens en mannen de eerste keer dat ze met een voetbal op het veld staan. Daar zitten alle sociale lagen in en uit alle hoeken van Nederland,” vertelt Van de Voorden. “Dat bevalt zo goed, dat na de Eerste Wereldoorlog heel veel van die jongens eigen clubs gaan oprichten.”