“Strenge regels maken de wietproef haast onuitvoerbaar”, zegt Derrick Bergman voorzitter VOC Nederland (Stichting Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod). Gemeentes zitten niet te wachten op telers en banken willen niet samenwerken, uit angst voor witwassen.

De wietproef is een experiment die toestaat dat een klein aantal aangewezen kwekers legaal wiet en hasj gaat produceren. Het kabinet laat daarbij onderzoeken wat de effecten zijn op de criminaliteit, veiligheid, overlast en de volksgezondheid, volgens de website van de Rijksoverheid. 
Als het experiment succesvol blijkt, wordt er gekeken naar de mogelijkheid om dit op landelijk niveau te realiseren. Bergman: “Het is bizar dat we al zolang coffeeshops hebben en nog niks hebben geregeld met de aanvoer. Een coffeeshop eigenaar mag wel wiet verkopen, maar geen wiet inkopen”. Daar moet dus door middel van deze wietproef verandering in komen. Maar de consument blijft strafbaar, op het moment dat die de shop verlaat, ook bij coffeeshops die deelnemen aan de wietproef. “Er verandert dus eigenlijk vrij weinig”, vindt Bergman.

Door te strenge regelgeving, zou de uitvoer van het experiment lastig zijn en wordt het plan steeds uitgesteld. “De overheid heeft de afgelopen 20 jaar een negatief sentiment gecreëerd rondom wiet- en hasjteelt. Als iemand in een gemeente een kwekerij wil bouwen, dan zitten die er niet op te wachten. Daarbij moeten ze aan zoveel regels en voorwaarden voldoen, dat het haast onuitvoerbaar is”, aldus Bergman. Daardoor start de proef later dan gepland, waarschijnlijk in het tweede kwartaal van 2023 (in plaats van dit jaar). Ook willen banken niet samenwerken met de aangewezen telers: “De strijd tegen criminaliteit is een groeiende maatschappelijke uitdaging. Een gevolg is dat wetgeving en toezicht op dit gebied steeds verder wordt aangescherpt”, zegt Bart van Leeuwen van de NVB (Nederlandse Vereniging van Banken) Hierdoor willen banken niet in zee gaan met telers.