Aanstaande zaterdag, 9 april 2022, vindt er een herdenking plaats op het Sovjet ereveld in Leusden. Verscholen tussen de bomen staan er op dit ereveld meer dan 800 grafstenen van geallieerde Sovjetsoldaten die tijdens de bevrijdingsperiode van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen op Nederlands grondgebied. Meer dan 250 van deze stenen zijn geïdentificeerd.

Het is maart, 1945. De lucht is grauw en dikke regendruppels stromen uit de hemel. Je staat op een onbekende plek, omringd door bomen, ruim vijfduizend kilometer van huis. Om je heen hoor je allemaal geluiden: voetstappen, krakende takken en geschreeuw in talen die je niet kent. Onzekerheid heerst. Je denkt aan je familie thuis. Je vrouw die op je wacht en de dromen die je achter liet toen je naar het front gestuurd werd. Of je ooit nog de mogelijkheid krijgt om die dromen te volgen? Je hebt werkelijk geen idee. Plots komen voetstappen dichterbij, je hoort geschreeuw en voordat je het weet, wordt alles zwart.  

Op dit moment bevinden zich er op Nederlands grondgebied nog zo’n zesduizend vermiste militairen en burgers uit de Tweede Wereldoorlog. Dit waren er ooit veel meer. Inmiddels weten we dat er tijdens de bevrijdingsperiode in Nederland, tussen september 1944 en mei 1945, tussen de 28.000 en 33.000 militairen zijn omgekomen op Nederlands grondgebied.

Loading...

Loading…

Een gedeelte van deze militairen is inmiddels geïdentificeerd. Zij liggen op verschillende begraafplaatsen en erevelden verspreid door het land. Ook het Sovjet Ereveld in Leusden is een van deze herdenkplaatsen. Remco Reiding, directeur van het Sovjet Ereveld in Leusden, strijdt voor de identiteit van de onbekende militairen. Hij deed jarenlang onderzoek en slaagde er daarna als eerste in om nabestaanden van de Sovjetsoldaten op te sporen.

Proces van identificeren

Wanneer iemand in de grond stoffelijke resten uit de Tweede Wereldoorlog vindt, wordt de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) ingelicht. De BIDKL is een klein groepje van militairen dat probeert te achterhalen wie het oorlogsslachtoffer was. Daarvoor moeten zij in de (militaire) geschiedenisboeken duiken, maar er komt ook forensisch recherchewerk aan te pas.

Dat is een langdurig proces. Professor Bela Kubat is bijzonder hoogleraar forensische pathologie aan het Maastrichts UMC. Zij heeft onder andere geholpen met het identificeren van lichamen tijdens de tsunamiramp van 2004 in Thailand. Recent was zij ook onderdeel van het onderzoeksteam van de MH17-ramp.

Lichamen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog zijn verder ontbonden dan lichamen van de slachtoffers van de tsunami van 2004; er zijn minder kenmerken, zoals oog-of haarkleur. Toch kunnen ook deze lichamen geïdentificeerd worden. Kubat legt uit hoe het werkt.

Het belangrijkste is om te filteren tijdens de zoektocht. Bij de meeste skeletten is goed te zien of het een man of vrouw is geweest. Het botmateriaal is genoeg om de leeftijd te schatten. Het gebit is hier de sleutel tot het antwoord. Het is ook mogelijk om via DNA de identiteit te achterhalen, maar daar zitten wel haken en ogen aan.

De schatting is dat er nog zo’n 6000 vermiste personen uit de Tweede Wereldoorlog zijn. Het vinden van stoffelijke resten uit die periode is in de toekomst niet ondenkbaar. Maar is het dan nog wel mogelijk om het grote deel te identificeren? Volgens Kubat wel.

Het belang van identificatie

Maar waarom is het nou zo belangrijk om een graf te identificeren? Remco Reiding benadrukt dat het belang voor families enorm groot is. ”Zij hebben nooit geweten waar hun grootvader gebleven is. Een vermist familielid, dat is het ergste dat je kan overkomen. Je kunt dat nooit afsluiten. Daarom is het zo belangrijk om van stenen mensen te maken. Juist die verhalen tonen heel goed aan wat oorlog doet.”

Alice van Bekkum, voorzitter van de stichting Faces to Graves bevestigt dit. De stichting achterhaald levensverhalen van soldaten die begraven liggen op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek. ”Het is eigenlijk een eerbetoon. Tevens vragen we aandacht voor oorlog. Vrede is immers niet vanzelfsprekend, dat zien we juist in deze tijd maar al te goed.” Net als Reiding benadrukt Van Bekkum het belang van grafidentificatie. ”Op onze begraafplaats ligt een jongen van zeventien. Zodra daar een foto van een student van zeventien bijzet, wordt pas zichtbaar hoe groot de impact geweest is. Ook voor de familie in Canada. Laatst schreven we een biografie over een soldaat die pas vier weken in Nederland was. Dan ben je dus, oneerbiedig gezegd, kanonnenvoer. Het is onvoorstelbaar.”

Vermiste soldaten

Niet alle soldaten die op de Groesbeekse begraafplaats liggen, zijn gestorven op Nederlands grondgebied. Daarnaast hebben ook niet alle soldaten die daar begraven liggen de Canadese identiteit. In totaal heeft de begraafplaats 2619 graven, waarvan 20 ongeïdentificeerd. Van Bekkum is onder de indruk van deze cijfers. ”Als je die aantallen vergelijkt, is het aantal ongeïdentificeerde graven heel weinig. Ik verbaas me er altijd over dat die soldaten in de tijd na de oorlog zo netjes geïdentificeerd werden. Dat is bijzonder, petje af.”

Met de twintig graven die onbekend blijven wordt niks meer gedaan. Dat vindt Van Bekkum jammer. ”Dat steekt. We willen juist ook die soldaten een gezicht geven. Je wenst niemand een vermist iemand binnen de familie toe, dat blijft altijd knagen. Hier op de begraafplaats hebben we ook het Groesbeek Memorial en dat zijn twee herdenkingsmuren met namen van allemaal vermiste soldaten. De namen van die 20 onbekende graven moeten ergens op die muur staan. Dat intrigeert ons.”

Een gezicht bij het graf

Zelf identificeren Van Bekkum en de vrijwilligers van de stichting geen stoffelijke resten. ”Daarvoor zijn wij niet bevoegd. Wij zorgen ervoor dat de levensverhalen van een soldaat aan ons digitaal monument worden toegevoegd. We willen een gezicht geven aan de graven.” Bij Faces to Graves worden de verhalen meestal opgesteld in een vast formaat. Eerst de naam van de soldaat, zijn regiment, servicenummer, foto etc. Daarna volgt een stukje biografie zoals waar hij geboren is en of hij broers of zussen heeft. ”Veel van deze gegevens zijn te halen uit militaire documenten maar onze vrijwilligers willen het liefst contact met een familielid. Er komen ook vaker nabestaanden onze begraafplaats bezoeken. Ook zij kunnen zo hun verhaal afsluiten.”

Door: Sander de Jonge en Maud Ruiter