Bron: ANP/Sem van der Wal

Gershwin Bonevacia, Chinouk Thijssen en Daan Heerma van Voss schrijven dit jaar het Jeugdboekenweekgeschenk. Toch lezen jongeren steeds minder. Uit recent onderzoek blijkt dat jongeren steeds minder lezen. Jack Hoeksema, hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Het is niet dramatisch, maar we kunnen ons er wel zorgen om maken.”

Volgens Visser is de Boekenweek tot stand gekomen omdat ze zag dat de nieuwe generatie tussen wal en schip belandt als het gaat om lezen. “Jongeren lezen over het algemeen weinig. Dit begint zodra ze van de basisschool af zijn. Het belangrijkste wat we mee willen geven tijdens deze week is inspiratie. Inspiratie aan jongeren over wat ze allemaal kunnen lezen, want dat is een hele hoop. En met het geschenk krijg je alvast een voorproefje.”

De Boekenweek probeert op verschillende manieren jongeren te bereiken. “Door diverse auteurs van het geschenk (Witte man, een vrouw en een zwarte man) te kiezen, proberen we alle groepen jongeren aan te spreken. “Verder is school bij ons prioriteit nummer één. Door daar het geschenk weg te geven, gaat de Boekenweek al een beetje borrelen. Verder zetten we nu twee jaar ook in op online campagnes. Sinds kort werken we samen met influencers op TikTok die de Boekenweek gaan promoten”, zegt Visser.

Jeugdboekenweek

Visser weet niet zeker of de nieuwe generatie door de Boekenweek voor Jongeren meer gaat lezen. “Dat is moeilijk te zeggen, maar we merken wel dat jongeren enthousiast worden van lezen en de campagne.” Ook Jack Hoeksema, hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, denkt niet dat de Boekenweek helpt om de ontlezing tegen te gaan. “De Boekenweek helpt om bepaalde auteurs in de spotlight te zetten. Jongeren gaan zelf geen boek kopen, dat doen vaak de ouders. Ik denk wel dat als de Boekenweek voor Jongeren er niet was, dat er minder wordt gelezen. Alleen dat zal niet zo veel impact hebben.”

Ontlezing

Een recent onderzoek van Stichting Lezen concludeerde dat jongeren tien minuten per dag lezen. Vijf jaar geleden was dat nog zo’n 40 procent meer, een daling dus. Volgens

Hoeksema heeft dit met één ding te maken. “Digitalisering is de hoofdzaak dat jongeren minder lezen. Het gaat dan vooral over het lezen van fictie boeken. Jongeren hebben voortaan andere dingen te doen zoals Netflix kijken en computeren.”

De ontlezing heeft nadelen voor jongeren. “Je krijgt minder mee van woordenschat en taal. Het betekent niet dat ze geen Nederlands meer kunnen, maar zeldzame woorden kunnen de jongeren daardoor niet meer herkennen. Ook de schrijfvaardigheid gaat achteruit. Het is niet dramatisch, maar we kunnen ons er wel zorgen om maken.”