De wachtlijsten voor de vijf jaar durende PrEP-pilot, die in september 2019 startte, zijn enorm; dat meldt het Aidsfonds. De pre-expositie profylaxe (PrEP) tabletten zorgen ervoor dat een persoon bijna niet meer vatbaar is voor het hiv-virus. Mensen met een hoog risico op hiv kunnen meedoen met de proef, er is alleen te weinig plek.
Alisa Stroop & Julian Jansen, 29-04-2022

Medisch
Hiv is een soa. Wanneer je lichaam zich door het hiv-virus niet langer kan beschermen tegen virussen of bacteriën wordt dat aids genoemd. “Het virus is door medicatie te behandelen, maar je zit dan wel levenslang aan medicatie”, zegt Hans Erik Nobel, verpleegkundig consulent hiv bij DC-klinieken. Deze levenslange medicatie is te voorkomen door PrEP-gebruik. De pillen zorgen ervoor dat men geen hiv-besmetting oploopt. Eén pil per dag biedt bijna volledige bescherming. “Het is niet alleen goed voor de gezondheid, maar ook qua kosten. De PrEP-pillen zijn goedkoper dan hiv-remmers. We kunnen er met PrEP voor zorgen dat Nederland nul hiv-infecties heeft.” Mensen met een hoog risico op hiv zijn mannen die seks hebben met mannen. Wanneer zij deelnemen aan de pilot kunnen zij de pillen voor een laag bedrag halen. Ook moeten zij elke drie maanden langs de GGD voor soa-testen.

Toch waarschuwt Nobel voor een sociaal risico van de PrEP-medicatie. “Het is niet de bedoeling dat je je gedrag verandert door onveilig seks te hebben.” Dit komt omdat de medicatie niet beschermd tegen de andere soa’s, zoals gonorroe, herpes of chlamydia.

VISUAL: PrEP in cijfers
Ondanks verschillende manieren om de hiv-besmettingen tegen te gaan, is de soa nog niet het land uit. Cijfers over de soa en pilot zijn te zien in onderstaande visual.

Tekst gaat verder na visual:

HIV in Nederland

Capaciteit
De pilot was gelanceerd voor 6.500 mensen. Eind 2020 heeft het ministerie dit aantal opgeschaald naar 8.500. Ondanks deze opschaling staan er volgens het ministerie nog steeds tweeduizend mensen op de wachtlijst. Vrijwilligersorganisatie en stichting PrEPnu is niet tevreden over de uitvoering van de pilot. Jörgen Moorlag, hiv-activist en vrijwilliger bij PrEPnu, had graag gezien dat er bij voorbaat niet gekozen zou zijn voor een pilot. “Het is het net niet. Je ziet een stuitend gebrek aan interesse en ambitie bij de overheid. Iemand moet opstaan voor zowel hiv als PrEP-gebruik. Zolang het niemand interesseert, komt er geen vooruitgang.” De stichting ziet vooral veel mensen die tussen wal en schip vallen. “De pilot is vanuit de GGD georganiseerd. Wanneer er geen plek is bij hen, worden de wachtende doorverwezen naar de huisarts. Maar niet alle huisartsen kunnen hun verder helpen.”

Ondanks de kritiek van PrEPnu is de GGD vooralsnog positief over de pilot. Claudia Busato, woordvoerder van de GGD: “We zien positieve signalen. Deze signalen moeten natuurlijk nog bevestigd worden tijdens de evaluatie.” Busato laat weten dat het een politieke keuze is om de pilot om te zetten naar structureel beleid en hoeveel mensen ze kunnen helpen. Die keuzes zullen worden gebaseerd op de evaluatie van de pilot. Joeke Kootstra, woordvoering van minister Kuipers, vertelt dat de evaluatie ‘in principe’ aan het eind van de pilot gepland staat. “Het kan naar voren worden gehaald, maar daar is niks over bekend.” De GGD vindt het een goed idee dat het terugblikmoment eerder plaatsvindt. “Wanneer onze positieve signalen bevestigd worden, kan het aantal mensen dat we kunnen includeren worden uitgebreid”, aldus Busato.

Meer plezier
Nobel is van mening dat het plezier in seks kan worden vergroot, omdat er door PrEP minder stress is voor hiv. Om die reden heeft Jonathan Veenhuijsen zich destijds ook aangemeld om mee te doen met de pilot.

Huisarts
Wanneer de doelgroep dus niet in aanmerking komt voor de PrEP-pilot, kunnen zij worden doorgestuurd naar de huisarts. Luuk Elzinga, woordvoerder van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), legt uit dat niet elke huisarts de hiv-preventiepil kan verstrekken. “De pilot is van de GGD. Wij als huisartsen hebben daar niks mee te maken. PrEP-medicatie valt niet onder het basisaanbod, daardoor hoeven de huisartsen deze zorg niet te verlenen.”

Er zit ook een andere kant aan. Huisartsen hebben een scholing nodig om alle bijbehorende zorg te verlenen. “Daar hebben we geen tijd voor, we hebben al genoeg werkdruk. Of een huisarts deze intensieve zorg wil verlenen mag daarom ook zelf worden bepaald.” Naast de extra scholing, is er ook een ander probleem vertelt Nobel, consulent hiv. “Sommige huisartsen willen niet over het thema seksualiteit praten. Ze steken hun kop in het zand. Het is nodig dat ieder persoon terecht kan bij diens huisarts en er ook over kan praten.” Om deze reden heeft Nobel een spreekuur geopend in zijn kliniek met samenwerking met de GGD. Tijdens zo een spreekuur worden alle vragen beantwoord betreft PrEP-medicatie. PrEPnu houdt ook een lijst bij met PrEP-vriendelijke huisartsen.

Tweeduizend wachtenden
Er zijn nog tweeduizend wachtenden om mee te doen met de pilot. Er zijn gemeentes met een wachtlijst met meer dan driehonderd mensen. Voor optimale includering van het aantal deelnemers is het dit jaar eenmalig mogelijk om deelnemers uit te ruilen tussen de GGD-regio’s, legt Kootstra uit. Uit een kamerbrief van Kuipers blijkt dat de GGD’s de samenwerking met huisartsen wil verbeteren. Een reden hiervoor is het maximaal aantal deelnemers in de pilot. De mogelijkheden tussen de huisartsen en GGD’s moeten nog verder worden uitgewerkt. Het RIVM liet eind maart weten dat er nog vijfhonderd plekken beschikbaar zijn voor de pilot. Dan zijn 1.500 plekken te weinig. Wat de overheid met die groep gaat doen is nog onduidelijk. Kootstra vertelt dat opschalen niet kan. “Nogmaals opschalen past niet binnen het budget.”