Dat de loonkloof tussen primair- en voortgezet onderwijs verdwijnt, betekent niet dat het dé oplossing is voor het lerarentekort. “Je kunt leerkrachten salarisverhoging geven, maar als er te weinig leraren zijn dan heeft de onderwijssector er niets aan”, zegt Esther Sloots, perswoordvoerder van de PO-Raad.

Door: Wendy Krijgsman & Beau Woerts

In het onderhandelaarsakkoord over de cao van het primair onderwijs staat het dichten van de loonkloof centraal. Deze afspraken gelden van 1 januari 2022 tot 31 mei 2022. De onderhandelingen voor een nieuw cao zijn al begonnen. Als er eind mei geen nieuwe plannen liggen, kan de oude cao verlengd worden.

“Nu staat in de arbeidsovereenkomst dat dezelfde beroepen gelijke beloning krijgen in beide onderwijslagen. Dat betekent niet dat leerkrachten evenveel gaan verdienen”, vertelt Stan Termeer, hoofd communicatie VO-Raad. Er zit een verschil in loon voor docenten met een hbo-opleiding of een universitaire opleiding. Vwo-docenten blijven volgens hem dus meer verdienen dan een leraar op een basisschool.

Realistisch blijven

Leerkrachten gaan er gemiddeld tien procent op vooruit. Dat komt neer op een gemiddelde stijging van 5.300 euro per jaar, meldt de Rijksoverheid. Toch is er geen sprake van een paf-boem-klaar-situatie. “De reacties van de scholen zijn ontzettend positief, maar ze blijven wel realistisch”, vertelt Sloots. Ze benadrukt dat het onderwijs er niets aan heeft als de loonsverhoging geen invloed heeft op het lerarentekort.

De PO-Raad denkt dat een beter salaris wel kan bijdragen aan het tegengaan van de uitstroom van leraren. “We zien dat veel beginnende leerkrachten in de eerste drie tot vijf jaar stoppen. Hopelijk kiezen ze nu minder snel voor iets anders.” Volgens Sloots kan de verhoging van het loon ook zorgen voor nieuwe studenten aan de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo).

Bekijk de video om te zien hoe pabo-studenten en een leerkracht groep 8 hierover denken:

Met de gelijktrekking van de cao kunnen leraren uit het voortgezet onderwijs de stap terugzetten naar het primair onderwijs. “Het is nu niet meer nodig om te zeggen: ‘voor het salaris gaan we werken op een middelbare school’”, zegt Sloots. Aan de andere kant moeten de middelbare scholen niet leeglopen. “Het is noodzakelijk dat beide onderwijsinstellingen aantrekkelijk blijven.”

Het onderwijsakkoord

Iets anders wat de twee onderwijsinstellingen met elkaar gemeen hebben is nu dus het salaris. Volgens Sloots werd er een bedrag in het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV vrijgemaakt voor het dichten van de loonkloof. Dat bedrag bleek te weinig. “Daarna werd er onderhandeld met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) voor extra geld en daaruit is het onderwijsakkoord gekomen. Mede door de brede wens uit de onderwijssector om het lerarentekort tegen te gaan”, vertelt de woordvoerster.

Het onderhandelaarsakkoord en het onderwijsakkoord hangen nauw met elkaar samen. Zoals te zien is in de infographic hieronder was het dichten van de loonkloof onderdeel van het onderwijsakkoord.

De volgende stap

“Voor nu zal iedereen gaan praten met de achterban. De vakbonden zullen met de leraren praten. Wij gaan in gesprek met de schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten om te kijken waar de behoefte ligt. Daarna gaan alle partijen weer rond de cao-tafel zitten om te onderhandelen”, sluit Sloots af.