Door de oorlog in Oekraïne worden verschillende soorten oliën en vetten duurder. Frietland België merkt hierdoor een prijsstijging van zijn specialiteit. Hoe groot is deze stijging en hoe speelt dit in Brugge? Nico Geers, werkzaam bij het Brugse frietmuseum: “De vraag wordt misschien minder, maar niemand zal helemaal stoppen met friet eten.”

Door Maud Ruiter, Nienke van Zutphen en Carlijn Pierens

Hoe belangrijk friet is voor België wordt duidelijk in het Frietmuseum, dat zich bevindt in de Vlamingstraat. Tussen de restaurantjes en koffietentjes, valt daar het bordje ‘Frietmuseum Brugge’ op. Het museum bevindt zich in een typisch Brugsch gebouw: lichtbruine stenen vormen een hoog, smal pand dat versierd is met een klokgevel. 

Het frietmuseum Brugge is het eerste ter wereld en daar is het trots op. Nico Geers, verantwoordelijke voor de frituur in de kelder van het museum, lacht breed. “We zijn er omdat we mensen graag meer willen leren over de Belgische cultuur en friet, maar ook over de aardappelproductie”, vertelt hij. Dit is terug te zien in het museum. In de eerste kamers staan vitrines met allerlei soorten aardappels: zoete aardappels, manpuks, topinamboers en ga zo maar door. 

Aan de muren hangen niet alleen platen met informatie in het Nederlands, Frans en Engels, maar ook bordjes met daarop een frietje dat lachend de bezoekers de juiste kant op stuurt. Hierdoor wordt de bezoeker via een steile trap naar boven geleid. De trap komt uit in een grote felgekleurde kamer met in het midden een kleine ouderwetse televisie. Tegenover deze kamer is een klein donker kamertje met de woorden ‘potato troopers’ boven de ingang. De kamer wordt opgelicht door een beamer. Over het scherm vliegen, lopen en stuiteren allemaal coloradokevers, de grootste vijand van de aardappel. Midden in de kamer staat een rekje met videogame geweren, waarmee de kevers afgeschoten moeten worden. Wie de meeste kevers schiet, wint. 

Een frietje wijst de weg in het frietmuseum Maud Ruiter

Het Fritt Kabaret

De kevers maken geluid wanneer ze geraakt worden, maar dit wordt overstemd door luide muziek die aan het eind van de gang klinkt. De muziek blijkt afkomstig van het ‘Fritt Kabaret’: een levensgrote friet en aardappel die samen een muzikaal stuk over de oorsprong van friet opvoeren. Achter de hoofdrolspelers van het cabaret verzorgen zes kleine puntzakjes de achtergrondzang en -muziek. Meermaals komen de vrolijke tonen van het refrein terug en zingen de aardappel en de friet in koor: ‘We are fries, but not French’, iets wat Geers maar al te graag bevestigt. ‘’Friet is een nationaal product in België”, vertelt hij. “Je kunt het bijna overal eten en het speelt een enorme rol in onze cultuur. Friet is echt ons ding.” 

Het Fritt Kabaret in het Frietmuseum Brugge Carlijn Pierens

Na het Fritt Kabaret volgt weer een steile trap omlaag. Beneden bevindt zich een grote ruimte met verschillende hoeken. Aan de ene kant wordt een kleine bioscoopzaal nagebootst. Hier draait de film ‘Van patat tot friet’, waarin je ziet hoe een aardappel in de fabriek tot een friet verwerkt wordt. In het midden van de ruimte staan frituurpannen in alle soorten en maten. Rechts is een typisch Belgisch frietkot nagebouwd. Door de groene buitenkant lijkt het een replica van de frietkraampjes die op het grote plein in Brugge staan. Vanuit deze ruimte volgt een trap naar beneden die naar de uitgang van het museum leidt. Toch slaan veel bezoekers de uitgang nog even over; zij vervolgen hun weg naar de kelder, waar ze kunnen genieten van een portie friet of een snack. 

Een (nog) lege frituur

Het is nog ochtend dus de frituur is leeg, maar Nico Geers is al druk in de weer. Haastig komt hij de trap af met een grote ringbandmap in zijn handen en loopt het restaurantgedeelte in. Hij schuift een aantal roze en groene stoelen aan bij de bijbehorende tafels. “Nu is het nog rustig”, lacht hij vanachter de toonbank. Achter hem bevinden zich de frituurpannen en de gesneden frietjes. “Maar op het moment ligt ons bezoekersaantal hoger dan voor de coronapandemie.” Hij verwacht in de middag een redelijk aantal bezoekers in de frituur. “Op een gemiddelde dag blijft zo’n 75 procent van de museumbezoekers hangen voor een frietje.” Toch wijst Geers erop dat zijn frietjes niet voor iedereen geschikt zijn. ‘’In tegenstelling tot veel andere fritures bakken wij in ossenwit. Dat betekent dat bepaalde mensen, zoals vegetariërs, onze frietjes niet kunnen eten.”

Frituur in de kelder van frietmuseum Brugge Maud Ruiter

Hoewel het dierlijke vet niet uit Oekraïne komt, merkt Geers wel degelijk prijsstijgingen. “Ook hier in de frituur gaat heel binnenkort een prijsstijging plaatsvinden. We kunnen niet anders. De hele internationale markt gaat omhoog. In april betaalden we nog 23,70 voor tien kilo dierlijk vet. Die prijs is inmiddels gestegen naar 28 euro.’’ Toch denkt Geers niet dat de populariteit van frietjes afneemt door de prijsstijging. “Het vormt geen bedreiging. Mensen blijven toch friet eten. Als de prijs echt flink omhoog gaat, zal de vraag misschien iets minder worden, maar niemand zal helemaal stoppen met friet eten.”

Alles wat je moet weten over Vlaamse friet, oliën en de prijsstijging daarvan:

Bron: statistieken Sunflower Oil en Palm Oil, geraadpleegd via Trading Economics.

Dat mensen inderdaad friet blijven eten, zoals Geers in het frietmuseum vertelt, is te zien op de Brugse markt. Voor de Belfort, de middeleeuwse klokkentoren op het plein, staan twee frietkraampjes. Op de bankjes daarvoor genieten mensen van hun frietje.

“Hier op de markt heb je de lekkerste friet van Brugge”, vertelt een vrouw die geniet van haar portie friet. Maar hoeveel zijn zij en anderen bereid daarvoor te betalen, nu de prijzen steeds hoger worden?

Het verschilt per frituur hoe duur een portie friet is. Ook de prijs die de frituren betalen voor een vat olie is niet overal hetzelfde. Dit geldt tevens voor de prijsstijging en hoe hier mee om wordt gegaan: iedere frituur heeft zijn eigen manier. Dit is ook te zien op onderstaande kaart, die veel fritures hun visie op de prijsstijging in de binnenstad van Brugge weergeeft.

De bovenste frituur op de kaart is frituur de Vlamingdam, die zich ruim dertig jaar geleden in Brugge vestigde. Volgens eigenaar Georges Fonteyne heeft zijn zaak veel vaste klanten. Hij vertelt hoe de prijsstijging impact heeft op zijn frietzaak en de klanten.

Iedere frituur verkiest zijn eigen favoriete olie- of vetsoort om mee te frituren.  Deze soorten hebben voor- en nadelen. Fritures ‘t Brugsch friethuys en Frietfarm vertellen hoe zij dit ervaren.

Niet alleen olie is een belangrijk ingrediënt voor friet: de aardappels (of op z’n Vlaams ‘patatten’) kunnen ook zeker niet ontbreken. Planten, oogsten, transporteren en bereiden: er gebeurt heel wat met deze ronde groente voordat jij een frietje in handen hebt. Daarom is de aardappelhandel belangrijk. Maar ook deze merkt gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Christophe Vermeulen, woordvoerder van het Vlaamse aardappelverwerkingsbedrijf Belgapom, vertelt hier meer over.

Hoe beïnvloedt de oorlog in Oekraïne Belgapom?

“Iedereen in de economie heeft er in zekere mate last van. Naast de prijsstijging van zonnebloemolie zijn ook de energieprijzen verhoogd door de oorlog. Specifiek voor mijn sector, de aardappelverwerkende industrie en -handel, beïnvloedt de prijsstijging van zonnebloemolie vooral de productie van onze diepvriesfrieten. Deze frieten worden voorgebakken in zonnebloemolie, waarvan een groot deel uit Oekraïne en Rusland komt. Dat is een van onze grootste problemen op dit moment: als de productie op de grote zonnebloemvelden uit Oekraïne stilvalt, kunnen wij geen frieten meer bakken op industriële schaal.”

Hoe gaan jullie hiermee om?

“We moeten op zoek naar alternatieven. Het voornaamste alternatief is palmolie. Ook koolzaad- en olijfolie zijn een optie, maar die hebben een hele specifieke smaak, waardoor ze niet geheel geschikt zijn om frieten te bakken. Doordat Belgapom vroeger palmolie gebruikte, hebben wij daar veel kennis van. Helaas is ook deze olie duurder geworden doordat er veel vraag naar is. We moeten dus niet alleen omschakelen naar nieuwe olie, maar maken ook een extra prijsverhoging mee. Dit komt bovenop de extra energieprijzen die we hadden. Het is een onverwachte samenloop van allemaal omstandigheden, waardoor deze periode ook wel ‘de perfecte storm’ genoemd wordt door economen.”

Welke sectoren worden het meest geraakt door de oorlog?

“In België heb je een grote diepvriesverwerkende sector, die de meeste problemen ervaart door de oorlog in Oekraïne. Daar horen ook chipsfabrikanten zoals Lay’s en Aviko bij. Verder wordt ieder ander aardappelbedrijf of handelaar getroffen. Transport wordt ook duurder door de hogere benzineprijzen. Uiteindelijk heeft heel België te maken met sterk verhoogde prijzen.”

Heeft dit effect op de lonen van Vlaamse burgers?

“Hier in België is de regel dat de lonen omhoog moeten als het leven duurder wordt. In dit geval is het leven in vergelijking tot vorig jaar negen procent duurder geworden. Dat de lonen omhoog gaan is goed voor de mensen omdat de koopkracht hiermee op peil wordt gehouden, maar voor veel bedrijven is het lastig. Zij krijgen met extra kosten te maken, waardoor bedrijven zoals wij het op dit moment moeilijk hebben.”

Hoe ziet de toekomst eruit?

“Ik verwacht nog een prijsstijging. Men dacht dat de inflatie op dit moment op zijn hoogtepunt was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Doordat de oorlog nog niet voorbij is, duurt de inflatie lang. De prijsstijging zal in de zomer en het najaar doorzetten, zeker voor bedrijven die Oekraïnse producten zoals zonnebloemolie gebruiken. Op dit moment planten de boeren daar helemaal geen zonnebloemen, waardoor er geen oogst zal zijn. Dat is nu het grootste probleem.”